Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den H. Franciscus. Men verspreidde het gerucht, dat hij tot die van den H. Dominicus behoorde. In elk geval waren de dwalingen en dwaasheden van het gewraakte geschrift door een kloosterling verkondigd. Dus werd het boek met bijna moderne reclame in de zoogenaamde Voorpleinscholen der Notre Dame uitgestald; het groote publiek moest door één lid der bedelorden tot het besluit komen: zoo zijn zij! Inmiddels zocht men Rome tot een veroordeeling te bewegen.

De feiten drongen al sterker naar eene oplossing.

Beide partijen werden opgeroepen voor de rechtbank der kardinalen te Anagni. Van de parijsche magisters zouden verschijnen Willem van Saint Amour, Eudes van Douai, Christiaan van Beauvais, Nicolaas van Bar-sur-Aube, en behalve deze vier hoofdleiders der partij Jan Belin en Jan van Grecteville. De Franciskanen waren vertegenwoordigd door hun generaal Johannes van Parma en den H. Bonaventura; van de Dominikanen verschenen de generaal Humbert van Romans, Albertus de Groote en Thomas van Aquino(l).

Anagni en het pauselijke gerechtshof waren niet een en dezelfde wereld als die, waar haat en nijd (2) en allerlei ophitsende gesprekken het oordeel hadden verduisterd, dat weldra het goede niet meer zag, het kwade overdreef en de vernietiging eischte van wat alleen gelouterd moet worden. Broeder Gerard's Inleiding werd veroordeeld, doch Rome, dat vonniste, en het eenvoudigste gezond verstand beseften licht, dat de dwaasheid van enkelen zoovelen godgetrouwen en wijzen mannen niet dan met openbare rechtsverkrachting kon worden ten laste gelegd. Niemand kon het onverstandige boek strenger veroordeelen dan de beide wijze leeraren Bonaventura en Thomas zeiven. Pater Bonaventura strafte Gerard van San-Donnino met den kerker. De H. Thomas, begeerig om het valsch mysticisme met wortel en tak uit te roeien, onderzocht gedurende zijn italiaansche reis

boekenkeur door bekwame ordeleden, een maatregel, waartoe de Dominikanen reeds in 1254 waren overgegaan. Vgl. Denifle, Chartularium, p. 298 en Reichert, Act. cap. gen. p. 69.

(1) De Tocco, IV, 20; Cantimprat. De apibus, 175; Denifle, Chartul. 332, en aldaar over den H. Bonaventura, die te Anagni was, maar niet als generaal zijner orde, daar hij eerst den 2 Februari 1257 tot die waardigheid verkozen werd.

(3) Zie het oordeel van Paus Alexander IV in de bul Veraefidei, Buil. Ord. Praed. t. I, 311; Cantimpr. De apibus, p. 181; Denifle, Chartul. I, p. 279 et seqq.

Sluiten