Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Joachim's werken en onderschrapte de verdachte plaatsen, opdat de lezers en handschriftenvervaardigers zich voor de min gegronde bespiegelingen van den calabrischen abt zouden hoeden. De latere theologische Summa gispt nogmaals de hier gewraakte droomerij (1).

Het boeiendste tafereel uit den strijd, die thans op het punt stond beslist te worden, was Thomas' verweer tegen het hartstochtelijk boek van meester Willem Over de gevaren der laatste tijden. Zijn vlugge, diepe geest en zijn krachtig rechtsgevoel werkten samen.

Toen de Heilige te Anagni aankwam, vond hij vele zijner beminde broeders in diepen rouw. De laster is een grievend zwaard, wanneer een heilig levensdoel tegelijk met den goeden naam bedreigd wordt. Weenend nu sprak de ordegeneraal tot de samengeroepen broederschaar over de dreigende gevaren en den lasterenden nijd der vervolging; hij schonk het boek van den Bourgondiër ter weerlegging aan pater Thomas. Deze doorlas het met verdubbelde aandacht. Iedere bladzijde sterkte zijn overtuiging, dat meester Willem's door haat en niet door waarheidsliefde bezield pamflet een ondermijning des geloofs en een misvorming was der gewijde schrijvers. Gelijk meestendeels één schakel van dwaling vele schakels en een lange keten nasleept, geschiedde het met den onverzoenbaren Willem van Saint-Amour: het gold niet meer de twee parijsche katheders, maar het bestaan zelf der beide bedelorden en de vereeniging van arbeid voor het zielenheil met de evangelische raden. De Heilige zag weldra, dat de waarheid niet was aan de zijde der onbarmhartige aanvallers. Nogmaals kwam het klooster in de kapittelzaal bijeen. En de groote leeraar sprak aldus: „Broeders, vertrouwt op God, die U tot zijnen dienst verkoor; mij is bij het doorlezen van dit boek onzer snoode bestrijders gebleken, dat het weinig met de geloofsleer en de Heilige Vaderen strookt. Bidden wij om den H. Geest, die de valschheid ontmaskert; en ik zal een tegenschrift vervaardigen" (2). Het geschrift, binnen weinig tijds voltooid en bekend onder den titel: „Tegen de bestrijders van

(1) S. Theol. I. II, q. CVI, 4.

(2) De Tocco, IV, 20, stelt deze feiten ten onrechte in den tijd van Paus Clemens 1^(1265—1268).

Sluiten