Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Heilige brengt de gelaakte misbruiken tot drie hoofdsoorten.

De eerste bestaat geheel uit loffelijke daden. De zonen van den H. Franciscus en den H. Dominicus dragen een arm en onaanzienlijk gewaad; zij genieten veler vriendschap en staan velen met liefdewerken ter zijde. Niet gelijk de vroegere kloosterorden aan een abdij verbonden, verschijnen zij én in Europa's groote steden én in de hut van den armen landman; voor het geloof en de goede zeden kampen zij allerwegen, waar het Opperhoofd der Christenheid hen zendt of nood en oorbaarheid hen roepen; zij beoefenen de wetenschap hartstochtelijk en met zeldzame geestdrift; zij zoeken zich in de kanselwelsprekendheid zooveel mogelijk te volmaken: ziedaar aantijgingen, door den Heilige te recht „nietswaardig" genoemd. Hier bestempelt de tegenpartij klaarblijkelijk goede dingen met den naam van kwaad (1). — Al deze feiten, uit hunnen aard onverschillig en zoowel een goede als eene kwade verklaring toelatende, gelden in het schimpschrift, alleen aangelegd om haat en booze wangunst te wekken, als nieuwe gruwelstukken en „gevaren der laatste tijden". De bovengenoemde kloosterlingen verdedigen hunne orde; bieden den lasteraars weerstand; voeren pleidooien tegen hen; zij berokkenen hunnen vervolgers straffen; dragen zorg om aan het volk welgevallig te zijn; verheugen zich, wanneer God groote dingen door hen uitwerkt; houden hun verblijf aan de hoven: dit zijn altegader grove feilen in het oog van den wreveligen schrijver, wiens betoog steeds het hoofdgebrek aankleeft, dat het losse vermoedens voor bondige redenen, en voor verstand hartstocht schenkt. Zeven hoofdstukken van Thomas wederlegging bewijzen zóo zonneklaar, wat er al goeds kon schuilen in alles wat de tegenstanders, willekeurig en liefdeloos, als antichristelijke daden brandmerkten, dat men zich afvraagt, hoe schrandere mannen aan den leiband liepen van den even onredelijken als behendigen Willem van Saint-Amour. Doch stelt de nakomelingschap zich deze vraag niet bij iedere dwaling, die heeft uitgewoed?

Intusschen gaat de beschuldiging van de beginselen tot de personen over.

(i) S. Thom. Aquin. Contra impugnantes, VIII—XIII. De Heilige past op de lasteringen zijner tegenpartij Eccli. XI, 33 toe: Arglistig maakt hij goed tot kwaad, en op de besten werpt hij blaam.

Sluiten