Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moeten de aangeklaagden hier zwijgen en alles aan God alleen overlaten ?

Het antwoord luidt: men biede manmoedig weerstand.

De Heilige is niet onbekend met de geschiedenis van menschelijke ellende. Misbruiken sluipen ook kloosters binnen. Dit feit geelt echter niemand recht om feilen van kloosterlingen te overdrijven of fantastisch te vermenigvuldigen. Thomas bewijst dan in bijzonderheden, hoe de lasterzucht vier oneerlijke middelen te hulp roept (1).

Men overdrijft. Wat eenigen in hun vroegeren levensstaat misdreven, meet men breed uit en maakt het den kloosterlingen tot verwijt; wat een of twee misdoen, brengen de vervolgers op rekening van allen; en terwijl zij elders zonder schroom kemels doorhalen, laten zij, nu het de bedelorden geldt, zelfs geen mug door. Daarbij dicht men den kloosterlingen hoogst twijfelachtige vergrijpen als zekere toe. Niets onzekerder immers dan de toekomst en de verborgenheden des harten; welnu, men voorspelt, dat zij bij de voleinding der eeuwen bedorven van zeden en ontrouw aan het geloof zullen zijn en verfoeit hen reeds bij voorbaat om zulke voorspelde zonden; men verwerpt al hunne daden, dewijl deze niet om Christus, maar uit roemzucht geschieden. Welnu, is het geen nijd en trots en meer het werk van schandaalzoekers dan van waarachtigen ijver (2), over zielsgeheimenissen aldus den staf te breken? Bovendien legt de tegenpartij den religieuzen openbaar valsche overtredingen ten laste. De Bourgondiër zag namelijk in de werkzaamheid der bedelorden een groot gevaar en een bode van het jongste Gericht; doch het viel den H. Thomas niet zwaar het dwaze van dien alarmkreet te bewijzen. Ten slotte toont de trouwe verdediger zijner broeders, wat onrechtvaardigheid het is de gebeden, het vasten en andere goede werken der kloosterlingen als misdaden te beschimpen, en lieden, aan Gods dienst verknocht, als huichelaars aan den schandpaal te brengen, omdat ook zij bijwijlen aan menschelijke zwakheden schuldig zijn. En Thomas besluit: „Zoo hebben wij

(1) Sed interius considerantibus apparet hujusmodi detrahentium linguas esse efficaciter reprimendas propter tria .... Unde eorum temeritati viriliter resistendum etc. S Thom. Aquin. Contra impugn. XXI.

(2) .... quod maxime faciunt, qui magis amant clamare et vituperare quam corrigere ct emtndarc. S. Thom. Aquin. Contra impugn. XXI.

Sluiten