Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE HOOFDSTUK.

De vrede herleeft tot algemeen welzijn. — De H. Thomas

houdt zijne inwijdingsrede als magister der universiteit van Parijs. — Welken indruk zijn onderwijs op tijdgenooten maakte. — Algemeene hoedanigheden van den Heilige alsLeeraar. — De „engelachtige Leeraar".

Een der vredesvoorwaarden, door kardinaal Hugo en diens mederechters te Anagni den aanhangers van meester Willem bij het afzweren der verworpen dwaalleer vastgesteld, behelsde mede, dat de partij van den Bourgondiër door woord noch daad Thomas' verheffing tot het magisteriaat zou tegenwerken. De bul Quasi lignum vitae moest worden gevolgd. Twee der partijleiders, Eudes van Douais en Christiaan van Beauvais, hadden reeds den 23 Oktober 1256 onder eede beloofd, dat zij het zouden doen (1). Toch ging er nog wel een jaar voorbij en waren er nog een paar dozijn bullen van den krachtigen en zachten Paus Alexander IV noodig, alvorens de vrede aan de parijsche universiteit geheel was hersteld.

Die vrede was een zeer gewenscht goed. De geregelde voortgang der wetenschappen in de hoofdstad zou, volgens aller overtuiging, bevorderlijk wezen voor het algemeen welzijn.

Paus Alexander IV, die noch het recht noch de studiën schipbreuk wilde zien lijden, bracht in zijn bul „Parisius" van 15 November 1256 ruimschoots hulde aan de beroemde, maar door zooveel onlusten verstoorde universiteit. Parijs is de moeder der wetenschappen ; de voortreffelijke stad der letteren ; de schoone

(I) Denifle, Chartularium I, 338.

Sluiten