Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeniging — zegt de Tocco — moge niemand als ongerijmd be schouwen. In hetzelfde goddelijke verstand immers, dat de heilige bron der geloofswaarheden is, hebben de voorwerpen aller wetenschappen hunnen oorsprong. Terecht dient derhalve alle wetenschap de goddelijke Wijsheid, die ook van de natuurlijk verworven kennis de bron is (1).

De groote gaven van den baccalaureus maakten de parijsche studenten begeerig naar de leering van den magister. Thomas had hun hart gewonnen (2). Na de plechtigheid en bruiloftsdag zijner inwijdingsrede begon hij weldra, als regent der studie, in een der ruime lokalen van Saint-Jacques te onderwijzen (3). De geschiedenis verhaalt ons uit dien gulden tijd het volgende. „Toen de leeraar den magisterstitel had verworven en zijne lessen begon, stroomde zulk een menigte studenten, door zijn verheven leer getrokken, naar de leeszaal, dat men er nauwelijks een plaats vond. Voorgelicht door zijne beknopte, heldere, gemakkelijke leering werden vele regulieren en seculieren tot verdienstelijke magisters gevormd. Op het veld der menschelijke wetenschappen plukte hij bloemen, terwijl hij van de rijpe akkers der Schriftuur een overvloedigen oogst inzamelde" (4).

De eeuwen hebben de verheven ziel van den Aquiner nog beter doen begrijpen. Wij leerden hem kennen als een voorbeeld der allerschoonste leeraarsgaven naar geest en hart.

Thomas bezat een stalen geheugen, dat met de grootste gemakkelijkheid en veelal na ze slechts een enkele maal vernomen of gelezen te hebben, tallooze denkbeelden zonder verwarring bewaarde. Zijn verstand kwam in fijnheid, kracht en bliksemsnelle vaart de onstoffelijke geesten nabij. Wie bezat als hij de gave om zoo diep, zoo verre, zoo naar alle zijden en zoo snel door te dringen met een nimmer moeden geest ? Ons, gewonen menschenkinderen, duizelt het hoofd bij de gedachte, hoe zóóveel denkbeelden, waarheden, gevolgtrekkingen in zich gevat, in hunne aaneenschakeling gevolgd werden; hoe alle tegenovergestelde dwalingen

(1) De Tocco, III, 15.

(2) De Tocco, III, 16.

(3) Daar waren in Saint-Jacques twee door Lodewijk IX geschonken collegezalen, een voor de magisters der fransche dominikaner provincie, de tweede voor de vreemdelingen, dat is de magisters, die niet tot deze provincie behoorden.

(4) De Tocco, IV, 18.

Sluiten