Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en leven stjn" {1). Toch lag, al haü het den schijn, geen miskenning der overige wetenschappen in de bedoeling dier strafpredikers. Hun ijver bestreed het dreigende misbruik eener wetenschap zonder God: niet aan vruchten van louteraardsche wijsheid moest de mensch zich zoeken te verzadigen, maar het woord herdenken van den grooten Apostel, dat „hij alles niets rekende naast de verheven wetenschap van onzen Heer Jezus Christus" (2). Deze leer aangaande het einddoel en de kroon aller menschelijke wetenschap drong al dieper en dieper in de middeleeuwsche studiën door. Een bewonderenswaardig verlangen naar degelijke, diepzinnige kennis van God en de goddelijke dingen maakte zich van duizenden meester; de godgeleerdheid, dat is, de wetenschap van alles, wat God en 'smenschen heiligmaking betreft(3), werd de dagelijksche vreugde eener menigte nadenkende mannen; bereikte door het onderwijs van rijkbegaafde leeraren eene

hooge volkomenheid; schonk eenheid aan de overige wetenschappen

en bevredigde het hart eener geloovige eeuw, wier stelregel was: Niets dan door Christus.

Bij dezen algemeenen vooruitgang nam het aanzien der theologische faculteit van Parijs dagelijks toe. Ons, zonen eener vindingrijke eeuw, wien verkleefdheid aan hooger beginselen en vurige ijver voor de christelijke waarheid dikwerf zoo vreemd blijven, kan het licht verbazen, dat er een tijd was, waarin zoovelen acht, twaalf, tot vijftien jaren zich rusteloos bezighielden met de studiën der verhevenste vraagstukken des levens; een tijd, waarin geen offer te zwaar viel, als het bijdroeg tot diepzinniger begrip der geopenbaarde leer, der heilige Boeken en van de overgeleverde wijsheid der Vaderen; tot het opsporen der treffende harmoniëen tusschen de christelijke waarheden onderling en van deze met de natuurlijke rede; een tijd, dat de waarheid in de hoogste

(1) Bourgain, o. c. p. 290.

(2) Philip. III, 8. In dien zin zeide een middeleeuwsch redenaar: Escripture qui est apelée escripture de philosophie ne parole rien de Dieu, ne de ses angles, ne de ses sainz, ne de ses saintes, ne de la gloire dou celestiel raigne,

ne des tormenz d'enfer, forstant seulement de eest siècle la science dou

siècle est mout bele, mais ce n'est que sotie a entendre. Bibl. Sainte-Geneviève, ms. fr. Dl. 21, p. 124; Bourgain 1. c. p. 238. — Omnis scientia debet referri ad cognitionem Christi, zegt Jacques de Vitry (f 1240).

(3) Theologia est scientia de his quae ad salutem pertinent; pietas enim conducit ad salutem — zegt Albertus Magnus, Summ. Theol. I, tr. I, 9, 2, ed. Jammy, t. XVII, p. 7.

Sluiten