Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werk. Abailard en de dwalingen van het arabisch Aristotelisme worden er grondig in bestreden en de christelijke hoofdwaarheden tevens zo degelijk behandeld, dat onze tijdgenooten hier met vrucht kunnen ter schole gaan. Op de doorwrochte betoogen „Over de Waarheid" past onder ieder opzicht het getuigenis van Xantes Mariales, den tachtigjarigen commentator der Quaestiones disputatae: „Ik ben een tachtigjarig man en in de studiën „grijs geworden. Oprecht beken ik in de drie op vier jaren der „uitgave van deze kommentaren meer gevorderd te zijn dan „geheel mijn vroeger leven" (1).

De uitlegging van het Sint-Mattheus-Evangelie valt ook in den tijd van Thomas' eerste parijzer regentschap. Dogmatische schriftuurverklaring was magisters en hoofden der studie voorbehouden. Zoo ontstond de Mattheus-kommentaar dien wij evenwel niet naar aanteekeningen van den leeraar zeiven, doch alleen naar die van Petrus de Andria en een tweeden, ongenoemden parijschen toehoorder bezitten. Volgens den kommentaar verhaalt de Evangelist ons Christus' komst, voortgang en heengaan uit deze wereld. Door vergelijking met andere schriftuurteksten en uitspraken van kerkleeraren wordt de diepere zin van het Evangelie toegelicht. Schijnbare tegenspraak van sommige plaatsen tracht de Heilige op te lossen; de katholieke dogmen verklaart, dwaalleeringen wederlegt hij: alles naar eene kritisch-dogmatische methode en naar systematischen, klassificeerenden trant. Het geschrift bevat een schat van leering. Uit de marmeren vaas der koele bespiegeling verspreidt zich overal een welriekende geur van godsvrucht en zachte zalving voor vrome gemoederen en naar God verzuchtende harten. Men leze b.v. den kommentaar op de Bergrede. Maar de leerlingen hergaven toch het werk des meesters niet volkomen (2).

Nog enkele andere geschriften van den Heilige werden in deze jaren voltooid of ontworpen. Pater Nicolaus de Marsiliaco, die omtrent dezen tijd met hem in het klooster S. Jacques verbleef, verhaalde als zeker, dat hij daar Thomas aan de Summa tegen de Ongeloovigen had zien werken (3). Wij komen weldra op deze werkzaamheid van den genialen schrijver terug.

(1) Vgl. De Rubeis, Diss. crit. XI, i—2.

(2) Door Barth. Logoth. en Bern. Guidonis wordt 'de lectura van de twee leerlingen genoemd i)defectiva«.

(3) Vgl. De Rubeis, Dissert. crit. XII, i.

Sluiten