Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

p

digd, waren destijds de arabisch-aristotelische wijsgeeren, de mohamedaansche leeraren en verscheidene joodsche richtingen.

Mohammed's eerste volgelingen waren als een ontketende storm, met verwoesting aller wetenschap, over de verbaasde wereld losgebarsten. Doch in de tweede eeuw der Hedschra bloeiden reeds de scholen van Basra en Koefa; de mohammedaansche beschaving ontplooide straks haar schitterenden bloesem. Onder kalief Al-Mamoem (813—833) stichtte Alkindi, „de gunsteling der hoven, de wijsgeer en de fenix zijner eeuw," een arabisch-aristotelische school (1). Alkindi's roem werd verduisterd door de nog grootere bewondering der geleerden voor Alfarabi (f 954), dien vele aziatische vorsten, schoon vruchteloos, door de verleidelijkste voorspiegelingen naar hun hof zochten te troonen. Op hem volgde Avicenna (Ibn Sina), een wijsgeer, die, uit een edel verlangen naar kennis onverpoosd in de studie verslonden, des nachts door wijn den slaap trotseerde, bij dag in overpeinzingen nederzat of in de moskee God licht kwam smeeken. Hij stierf ten jare 1037, ten gevolge zijner ongeregelde hartstochten, zegt men. Dit driemanschap grondvestte de wijsbegeerte onder de Mohammedanen van het Oosten (2). Eerlang begon het mohammedaansche Westen met de oostersche scholen een geduchten wedkamp. De Omajaden vlochten de bloemen van kunst en wetenschap om hun spaanschen schepter; reeds in de Xde eeuw was de hoogeschool van Cordova een europeesch Bagdad. Het arabisch Aristotelisme rekent zijn bloeitijdvak van Ibn Badscheh, den beroemden arts, dichter en wijsgeer, te Saragossa geboren en door de scholastieken als Avempace vaak vermeld. Ten jare 1138, door den nijd vervolgd en aan vergift, zegt men, bezweken, kon Avempace nog den opkomenden luister aanschouwen van Ibn Roschd ol Averroës. Meer dan een zijner voorgangers heeft deze wijsgeer van Cordova op de Xllde eeuw, die hij bijna geheel doorleefde (1105—1198), den stempel van zijn machtigen geest achtergelaten. Alkindi, Alfarabi, Avicenna, Avempace, Averroës — ziedaar de ziel en de kracht van het arabisch Aristotelisme.

(1) Wüstenfeld, die Academiën der Araber, S. 4; vgl. Stöckl, Gesch. der Phil. des Mittelalters, B. II, S. 13—18; Carrade Vaux, Le Mahométisme (1898), en Avicenne (1900).

(2) Stöckl, Gesch. der Phil. des Mittelalters, B. II, S. 16—58.

Sluiten