Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paulus voor Agrippa uitsprak, toen deze hem toevoegde: In kort overreedt gij mij, een Christen te worden ! Waarop de apostel zeide: Ik wensch tot God, sij het in kort of in lang, dat niet gij alleen, maar ook allen, die mij heden hooren, soo worden, als ook ik ben, uitgenomen deze handen! (1)

Onbevangen in zijne waardeering van wijze leering, door wien deze ook was verkondigd, aarzelde hij niet zich meermalen door hen zeiven, die hij bestreed, te laten onderwijzen. Hij hield, bijzonder in de Summa tegen de Ongeloovigen den dwalenden betere denkbeelden, en somtijds uitgewerkte bewijzen, hunner leidslieden voor, en paste zonder schroom zijne goede beginselen toe over samenwerking der elkander opvolgende geslachlen tot opbouw der waarheid (2). Aldus vinden wij in godsdienstig-wij sgeerige vraagstukken bij Thomas gedachten en leeringen van Maimonides — Rabbi Moyses — terug, en door Maimonides van den veel ouderen Saadia(3).

Thomas zelf zou de eerste geweest zijn om te erkennen, dat de gedachtenwereld zijner wijsgeerige Summa gedeeltelijk die zijner voorgangers en tijdgenooten was. Doch alleen bij hem is die groote rijkdom, de eenheid van oud en nieuw.

Wij wagen het enkele lijnen van het groote werk aan te duiden.

De waarheid is het laatste doel des heelals. De wijsheid vermijdt zich in hare beschouwing. Om onthulling der waarheid kwam de goddelijke Wijsheid, met ons stof omkleed, in de wereld en sprak: daartoe ben ik geboren en in de wereld gekomen, om getuigenis af te leggen van de waarheid. Onder alles waarmede 's menschen geest zich bezighoudt is niets volmaakter, verhevener nuttiger, zoeter dan de studie der waarheid (4). Met betrekking tot onze natuurlijke rede nu is de waarheid tweeërlei, daar sommige waarheden niet, andere zonder twijfel wel ons menschelijk begrip te boven gaan. De rede zelve, geen willekeur, vraagt dit onderscheid: begrijpen geleerden, wat ruweren verstanden een

(1) Hand. XXVI, 29.

(2) Summa theol. II, 167, 1 ad 3 en In Librum Boetii de Trin. II, 3. Meer bijzonderheden volgen in dit levensverhaal.

(3) Vgl. Stöckl, Gesch. der Phil. des Mittelalters, II; J. Gutmann, Das Verhaltniss des Thomas von Aquino zum Judenthum und zur jüdischen Litteratur (1891); Idem, Die Scholastik des dreizehnten Jahrhunderts in ihren Beziehungen zum Judenthum und zur jüdischen Literatur (1902).

(4) C. Gent. I, 132.

Sluiten