Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te gelooven? Ja en neen; ja, wanneer het feit der openbaring als een werk Gods uit behoorlijke redenen blijkt; neen, wanneer men op fabelen bouwt. „Wij volgen geen geleerde fabelen," zegt Thomas en wijst met eenige trekken de teekenen van goddelijke waarheid in het Christendom, daarna de teekenen des bedrogs in het werk van Mohammed aan. Streng klinkt het oordeel over den Islam: „Mohammed misleidde de volkeren door toezegging „van zingenot, waarnaar de vleeschelijke begeerlijkheid het ver„langen ontsteekt. Wetten gevend naar zijne beloften, vierde hij „aan den wellust den teugel. Geen andere waarheden heeft hij „geleeraard, dan een middelmatige geest met het natuurlijk verstand licht kan weten; nog meer, zijne ware stellingen heeft „hij met een menigte verdichtselen en zeer valsche leeringen „vermengd. Bij hem geen bovennatuurlijke teekenen, die toch „alleen het doorslaand blijk eener goddelijke ingeving zijn, daar „zulk een zichtbare en slechts door God mogelijke werking voor „de onzichtbare ingeving van den godsdienstleeraar ten waarborg „strekt: Mohammed echter noemde zich gezonden met kracht „van wapenen, teekenen, ook roovers en tyrannen gemeen. Zoo „volgden hem aanvankelijk geen mannen, volleerd in de wetenschap Gods, in goddelijke en menschelijke zaken bedreven, maar „verdierlijkte Avildernisbewoners, van alle godsdienstkennis ten „eenemale verstoken; door deze benden gestijfd drong hij anderen „met het staal tot zijn wet. Van hem getuigen geen voorzeggingen „der oude Profeten, maar bij het naslaan zijner wet bespeurt gij, „dat hij het oude en het nieuwe Verbond met zijne sprookjes „misvormt. Om niet van bedrog te worden overtuigd, verbood „hij zijnen volgelingen op sluwe wijze onze H. Schrift te lezen. „Dus wie hem gelooft gelooft lichtvaardig". Nemen wij daarentegen Christus' geopenbaarde waarheid om de welbewezen goddelijke teekenen eerbiedig aan, dan is dit overeenkomstig de wijze wetten der rede zelve (1). — Ontstak de liefderijke God aldus het tweevoudig licht voor onzen geest, het licht der natuurlijke rede en dat des geloofs, dan is tusschen de gezonde wijsbegeerte en de christelijke geloofsleer werkelijke tegenspraak iets ondenkbaars, tenzij men het er voor houde, dat God in zich zeiven tegenspraak of in ons de stichter van elkander weersprekende

(l) C. Gent. I, 6. Quod assentire his quae sunt fidei non est levitatis, quamvis supra rationem sint.

Sluiten