Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loochent het toekomende leven geheel met zijne bewering, dat de enkele mensch vergaat en alleen de soort blijft (1).

Zijdelings bestreden deze wijsgeeren ook wel de christelijke dogmen; doch de hoofdtegenstanders waren op dit gebied der bovennatuurlijke waarheid de mohammedaansche en joodsche sekten, de Koran- en Talmudleeraars. Hunne bedenkingen worden afgewezen in het vierde boek der wijsgeerige Summa, dat over de H. Drievuldigheid, de Menschwording des Woords, dezeven H. Sacramenten en de christelijke leer van 'smenschen eindbestemming handelt. Al namen de tegenstanders Gods geopenbaard woord niet aan, men kon hunne vooroordeelen pogen te genezen alleen reeds door eene klare uiteenzetting der katholieke leer. Dit valt nog minder te betwijfelen, wanneer men ziet, hoe zelfs de geleerdste Muzelmannen averechtsche voorstellingen omtrent de heilige geloofswaarheden deelden (2).

Tegen deze dwalingen is de Summa contra Gentiles geschreven.

De katholieke verdedigers des geloofs tegenover ongeloovigen, plachten van één standpunt uit te gaan, maar kozen, volgens hun aanleg en den eisch der steeds wisselende omstandigheden, twee verschillende wegen. Sommigen stelden het goddelijk feit der Openbaring in het licht, anderen beschouwden de geopenbaarde waarheden zeiven. De H. Thomas volgt in zijne wijsgeerige Summa dezen tweeden weg. Op den vasten grondslag zijner met kracht van redenen gesteunde beginselen over gelool en rede, beginselen, waarbij geenerlei recht miskend wordt en niets verward, bouwt de Heilige zijne wijsgeerige Summa, in twee groote verhandelingen gesplitst. De eerste dezer verhandelingen, de drie eerste boeken omvattend, betreft waarheden, die de natuurlijke denkkracht door aandachtig overwegen uit de geschapen orde kan ontdekken, en stelt zich daarbij deze drie vragen: wat leert de rede van God in zich zei ven? — wat van den oorsprong der dingen uit God? — wat A'an de bestemming

(1) Stöckl, Phil. der Gesch. des Mitt. B. II, 57 en 123. Averroës zegt: Sollicitudo divina quum non potuerit facere ipsum permanere secundum individuum, miserta est ejus dando ei virtutem qua potest permanere in specie. De anima, f. 133.

(2) Averroës b.v. in zijn Destructio Destructionis zegt van de leer der H. Drievuldigheid: ipsi (Christiani) putant eas (tres personas) essedenominationes additas super substantiam; — dicunt (Christiani) quod sunt tres et unum, scilicet unum in actu, et tres in potentia. — Vgl. Stöckl, Gesch. der Phil. I, 89.

Sluiten