Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijner groote bewondering uit: Ik mag sterven, wanneer ik ooit zonder bewondering, was het ook maar eene door Thomas bijna niet medegerekende bladzij doorlas. Nimmer heb ik mij tot Thomas van Aquino begeven, of ik verliet hem met nieuwe wetenschap en warmer sympathie. Maar al heeft hij boven alle geleerden in vele werken zich op wijsgeerig gebied een meester getoond, in de Summa Contra Gentiles schijnt hij eenigermate zich zeiven overtroffen te hebben. Mijn God, wat kon men de H. Kerk, ons geloof, de wijsbegeerte glansrijker, leerrijker, heilrijker schenken? Dit geschrift is geleerd, allerdiepzinnigst bewerkt en zóó goddelijk, dat wie het met ernst bestudeert, stadig mag vertrouwen, tot weerlegging aller wijsgeerige en kettersche dwalingen bekwaam te zijn (1). Bij zijn rijkdom munt het geschrift uit door onberispelijke eenheid. Na zes eeuwen blijft het nog altijd nieuw: eenige kastiliaansch-arabische namen van wijsgeeren, enkele nu gansch vergeten dwalingen, sommige thans verwaarloosde of min belangrijk gerekende bewijzen vóór en tégen, herinneren ons aan de XlIIde eeuw en den strijd tusschen Koran en Evangelie; voor het overige behoort de wijsgeerige Summa tot alle eeuwen.

De oorzaak dezer blijvende waarde ligt, dunkt ons, zoowel in de opvatting als in de uitvoering van het plan. „Het valt moeielijk" — schrijft Thomas zelf — „tegen iedere dwaling in het bijzonder op te treden; — wij zullen daarom de waarheid aantoonen en telkens wijzen op de dwalingen, die er door worden buitengesloten" (2). Daarom bezitten wij nu niet een middeleeuwsch strijdschrift, maar veeleer een handboek van rijken inhoud deichristelijke wijsbegeerte. De Heilige volgt niet iedere dwaling in het bijzonder op den voet, hij schenkt meer: hij plaatst tegenover de veelheid der vijandige scholen zijn één wijsgeerig stelsel over God en den mensch. Zulk een plan, geniaal uitgevoerd, kon den tijd trotseeren. En geniaal uitgevoerd is deze Summa vooral om hare diepzinnigheid bij groote helderheid van voordracht. De dwaling spreekt door Thomas' woord bondiger, scherpzinniger dan met haar eigen mond. En bij de stelling én bij de tegenstelling dringt hij in het hart der zaken door; en juist omdat hij vóór en tégen de waarheid diepe dingen zegt,

(1) Fr. Franc, de Silv., Epist. nunc. ad Clementem VII.

(2) C. Gent. I, 1.

Sluiten