Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zinsneden vervangen; aanzienlijke gedeelten, om wille der ordelijke rangschikking verplaatst, tot versterking des betoogs somtijds geschrapt en overgesteld. Gelijk hij immer placht, en nu meer wellicht dan ooit, bad deze wijze leeraar ootmoedig om goddelijken bijstand. Van de wijsgeerige Summa bleef het oorspronkelijk handschrift bewaard. Het blijft een open vraag, ot deze autograaf onmiddelijk aan de bestaande afschriften ten grondslag ligt, dan wel of er een officieel afschrift, met bijwerking misschien, van werd vervaardigd, dat verder als authentiek voorbeeld is overgeschreven en in thans bestaande codices tot ons kwam; vast staat het inmiddels, dat de autograaf(1), die Uccelli uitgaf, niet onder Thomas' dictaat door diens schrijvers, maar eigenhandig door hem geschreven werd. Meermalen nu zien wij in dit handschrift tusschen het geleerd betoog de woorden: Ave, Ave, Ave, Maria. Vroom steeg die vertrouwvolle groetenis tot haar omhoog, uit wie het Licht der wereld is opgegaan. Daar is geen twijfel over, in veel gebed en studie heelt Thomas zijn meesterwerk voor zijnen heiligen broeder Raymundus voltooid, in edele spanning zijner beste kracht en met heilig verlangen om de waarheid te verbreiden, zielen te verlichten, God te dienen.

Hier plaatsen wij onwillekeurig Thomas' wijsgeerige Summa naast de Stad Gods van S. Augustinus..

De twee schoonste geschriften, door de aanvallen des ongeloots tegen het Christendom uitgelokt, zijn de XXII Boeken van den Bisschop van Hippo Over de Stad Gods en de Summa tegen de Ongeloovigen. De oude kerkvader weerlegt de aanklacht, dat het instorten van het oude Rome onder de mokerslagen van Alaric aan den christelijken godsdienst viel te wijten; de H. Thomas van Aquino logenstraft de meening, als ware het Christendom met de rede in strijd: Augustinus werpt een genialen blik op de wereldgeschiedenis en rechtvaardigt Gods aanbiddelijke Voorzienigheid door ontzaglijke, zielverheffende feiten; Thomas overschouwt de leeringen, sedert Plato en Aristoteles tot Averroës en de XlIIde eeuw beurtelings vóór en tégen de godsdienstige waarheid verspreid, en handhaatt de christenleer door zijn diep

(I) De Tocco IV, 18; Uccelli, C. Gent. Praef. XXVII en XXXII. — De schedulae minutae, waarop volgens Antonius de Brixia Thomas zijne wijsgeerige Summa schreef, — zie Proc. vitae, n. 66 — zijn in de bestaande autograaf niet te hervinden.

Sluiten