Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op den Aventijn roept aldus, naast de dierbare herinnering aan den H. Patriarch Dominicus, voor onzen geest het treffend beeld terug van den engelachtigen Leeraar, die zoo vaak deze hoogte besteeg en er zoovele dagen van zwaren wetenschappelijken arbeid besloot met aanbidding en smeekgebeden in de oude eerbiedwaardige baziliek. Want wat Sancta Maria supra Minervarn betreft, dit klooster van groote historische beteekenis was toen nog geen studiehuis (1), doch alleen een door enkele paters bewoond onderdak voor ordebroeders en pelgrims.

Verschillende geschriften, van welke wij hier de voornaamste vermelden en beknopt schetsen, zijn de vrucht van Thomas' onderwijs, hetzij in Sint-Sabina te Rome hetzij in andere kloosters van Italië. De Summa tegen de ongeloovigen en tal van werken zijn onafhankelijk van de openbare lessen des Heiligen ontstaan. Zijn grootsche priesterlijke arbeid naar den breedsten omvang was een apostolaat door geschriften.

Een vrucht der ons reeds bekende lectiones Biblicae ol Schriftuurlessen, in de dagen van Paus Urbanus IV, is een kommentaar op het boek Job (2). Tijdgenooten bewonderden in die verklaring bijzonder hare oorspronkelijkheid. Zij kenden de scherpzinnige, mystieke uitlegging van Job door Paus Gregorius den Grooten. De Aquiner schonk hun thans eene letterlijke (3). Streng systematisch gaat de kommentaar als van woord tot woord; en de lezing eischt meer dan gewone inspanning. Waar en schoon is de teekening van den mensch met zijne neigingen, zwaren inwendigen strijd en kamp voor de waarheid en het goede. Schier geen enkel hoofdstuk, of het bevat een kleine bloemlezing van allerlei vruchtbare denkbeelden. Gelijk immer valt op den dogmatischen inhoud nieuw licht (4).

Ptolomeus van Lucca verhaalt, dat de Heilige, als regent der studie te Rome, een nieuwen kommentaar schreef op het eerste boek der Sententies van Petrus Lombardus. Ook dit geschrift zal uit een leercursus ontstaan zijn. Doch zeer spoedig schijnt het werk, hoe dan ook, verloren geraakt; Ptolomeus, die het te

(1) Masetti, Monumenta et Antiquitates, I, 178—179.

(2) Ptol. Luc. H. E. XXII, 24.

(3) De Tocco IV, 18; Joannes de Columna, Elogium Thom. Aquin.

(4) Over het bestaan van Job en den schrijver van het naar dezen genoemde Boek en het waar begrip van menschelijke voorstellingen der bovenmenschelijke wereld zie Thomas' kommentaar, Proloog; lect. 1—2 en 38.

Sluiten