Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de schat van ware leering, in de werken van onchristelijke wijsgeeren verscholen, tot opluistering strekte der christelijke wetenschap, gelijk Israël den tempel met gouden egyptische sieraden had getooid (1). Nooit taande in den engelachtigen Leeraar het christelijk bewustzijn: daar was voor hem maar éen waarachtig Licht der wereld. Zijn licht was de Christus.

Aan den hemelschen Koning wijdde hij alle gaven, allen arbeid, en daarom ook het wijs gebruik der kostelijke gave zijner rede.

Instee der pantheïstisch-fatalistische leering der invloedrijke commentatoren, die den diepzinnigsten denker van Griekenland tot een leeraar van neoplatonisch-arabische dwalingen misduidden, schonk Thomas aan de christelijke wereld klare wetenschap van den waren Aristoteles en zuiverde diens wijsbegeerte door objectieve kritiek. Zoo woekerde hij als een trouw dienaar met het talent der natuurlijke rede.

Terwijl het heiligdom geweld leed van den inval eener dwalende wetenschap, zeggen wij, op den Aquiner wijzende: hij was het, die in zijn leven het huis stutte en in zijne dagen den tempel versterkte (2).

(1) Leo XIII, Encycl. Aeterni Patris.

(2) Ecclesiast. L, l.

13

Sluiten