Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wedstrijd onmogelijk gemaakt. Ook kan men zijne verwachtingen niet licht te hoog stemmen, daar zulk een genie hier zijn voortreffelijkste krachten ten beste schonk.

Meer dan acht jaren arbeids lieten het grootsch gedenkstuk der geloovige wetenschap onvoltooid. Weinig later dan 1265, onder Paus Clemens IV, schreef de Heilige de eerste bladzijden van zijn hoofdwerk. Een groot gedeelte, — het Pars prima en de Printa Secundae, — schreef hij vóór 1269 in verschillende studiehuizen van Italië, vooral in de beminde kloostercel van SintSabina te Rome (1). Het handschrift vergezelde den heiligen leeraar op al zijne reizen. Tusschen 1269 en 1271 zien wij hem in het klooster Saint-Jacques te Parijs zóo verslonden in het afwerken zijner Summa, dat hij op dien titel eene uitnoodiging aan den koninklijken disch van den H. Lodewijk afslaat (2). Gedurende dit tweejarig verblijf in de fransche hoofdstad zal wel de zoogenaamde Secunda Secundae vervaardigd zijn. Na 1271 verbleef hij achtereenvolgens in de dominikaner kloosters van Bologna, Rome en eindelijk van Napels, waar hij tot de verhandeling over het Sacrament van Boetvaardigheid en het negentigste vraagstuk van de Pars tertia was genaderd, toen hij, door een geheim voorgevoel van zijn naderend einde getroffen en plotseling den arbeid stakend, de neergelegde veder niet meer opnam, daar de onverbiddelijke dood binnen weinige weken de hand, die zooveel wonderen schiep, had verstijfd (3).

Het uiterlijk samenstel der Summa is zeer eenvoudig. De schrijver heeft zijn werk in drie hoofddeelen en het tweede daarvan wederom in twee groote afdeelingen gesplitst (4). Ieder deel bestaat uit een aanzienlijk getal vraagstukken, quaestiones; ieder vraagstuk wordt zeer veelzijdig beschouwd en behelst, op een enkele uitzondering na, minstens twee, doch zelden meer dan tien artikelen. Elk artikel wordt geopend met eenige bedenkingen,

het nu bleek, dat genoemd werk eerst vele jaren na den dood èn van Thomas èn van Vincentius vervaardigd werd, staat het buiten allen twijfel, dat niet het Speculutn, maar de Summa oorspronkelijk is. Vgl. De Rubeis, Dissert. XIII—XVI.

(1) Ptol. Luc. H. E. XXII, 29.

(2) De Tocco, VII, 44.

(3) Ptol. Luc. XXIII, 11.

(4) Vandaar de gewone aanwijzing: Pars prima; — Prima Secundae en Secunda Secundae; — Pars tertia.

Sluiten