Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het werk was de vruchtbare oplossing van een raadsel, waarom de geesten lang tegen elkander, en menigwerf ook in eigen binnenste, strijd hadden gevoerd. In de elfde eeuw was de vreedzame verhouding tusschen godgeleerdheid en vrije kunsten verbroken en gevolgd door een strijd tusschen de koningin der wetenschappen en de wijsbegeerte, hoofdzakelijk naar hetgeen toen dialektiek heette, maar veel omvattender was.

Bij leeken en geestelijken in het stadgewoel; in stille abdijen van Italië's hoogten en vlakten en de duitsche gouwen; wijd en zijd drong zich de vraag op: vóór of tégen de dialektiek. Geloofswaarheid en redewaarheid werden door sommigen tegen elkander gesteld, door anderen onvoldoende met elkander vereenigd. Wijsgeeren werden spitsvondige syllogismenmakers, godgeleerden miskenden den menschelijken drang naar weten. Rationalisme begon ware wijsheid te heeten, en voor de geopenbaarde leer poogde men het steunpunt van Gods geschreven en overgeleverd woord naar louter natuurlijke redeneerkracht te verplaatsen (1). De groote meerderheid bleef door den invloed van het levend Katholicisme tegen deze uitspattingen beschut. Door hare geniale zonen, Anselmus, Bernardus, Petrus Lombardus, Willem van Auvergne, Alexander van Hales, Albertus den Grooten, S. Bonaventura kwam de oude Moederkerk de theologisch-wijsgeerige wetenschap te hulp en schonk haar door het verhevenst kunnen van Thomas' genie eene monumentale kracht en hoogverheven harmonie, die als een huis op den berg over verre eeuwen zouden zichtbaar zijn.

De Summa is een boek van verzoening en vrede.

Bij elk vraagstuk, zonder uitzondering, stelt de schrijver strijdige meeningen en bewijzen tegenover de zijne; streng wordt deze dialektiek der twijfeling van Aristoteles of het ja en neen van Abailard doorgezet (2). Op deze wijze ontwikkelt zich een even ernstig en kalm als veelzijdig onderzoek; alle meeningen worden onderworpen aan zakelijke kritiek, en gaandeweg baant de

waarheid zich toegang.

Gelijk de katholieke waarheid niet in de eerste plaats polemiek of strijd is, maar stellige leering van rijken en edelen inhoud,

Vgl. J. A. Endres, Die Dialektiker und ihre Gegner im li Jahrhundert (1905); M. de Wulf, Hist. de la philos. médiévale (2e édit. 1905), p. 160—231.

(2) Vgl. over het «TtofsZv Arist. Metaph. 111, 1 en daarbij S. Thomas' kommentaar, lect. I; voor Abailard diens werk: Sic et non.

14

Sluiten