Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij evenwel geene genoegzame reden om het aantal thomistische geschriften te verhoogen (1). Naar onze meening behoorden werken, als Over de zielsvermogens (2) of Over het schoone en goede (3), hoeveel waarde men ook aan hun inhoud toekenne, niet zonder meer met Thomas' naam te worden aangehaald (4).

De geschriften, die wij hier bespreken, handelen over allerlei onderwerpen: wijsgeerige, godgeleerde, zedekundige, sociale. Naar inhoud en omvang loopen zij dikwijls ver uit elkander. Daar zijn eenvoudige bijdragen voor lagere logica en beschouwingen van groote verheffing over moeilijke vraagstukken der metaphysica. Terwijl sommige Opuscula bijna een boekdeel vormen, zijn andere, Over de bewegingen van het hart b. v. en Over de sterrenwichelarij maar losse bladen; veelal zijn deze misschien te zeldzaam bestudeerde werken zeer belangrijke toelichtingen bij vraagstukken van hoogere wetenschap.

In hun groote verscheidenheid doen deze kleinere werken ons tevens zien, welk een vertrouwen allen stelden in Thomas. Uit de paleizen en de kloostercel, door diepzinnige wijzen en naïeve harten wordt de Heilige om licht en raad gebeden (5). Paus Urbanus IV, Hugo, koning van Cyprus, Adelheide van Brabant en Johannes van Vercelli, generaal der Dominikanen, verschijnen naast den eenvoudigen kloosterling Gerard van Besangon, die de vraag ter beantwoording voorlegt: of de kleine handen van het kindeken Jezus de sterren hebben geschapen (6).

Vele Opuscula zijn werken van dankbaarheid of van vriend-

(1) Ptol. Luc. XXII, 24; XXIII, 12—15. — Vs1- verder De, Rubeis> DissertXVII—XXIII en M. de Wulf, Hist. de la Phil. médiévale (2eédit.), p. 326—328. In het Archiv für Lit. und Kirchengesch. des Mittelalters gaf Denifle een door hem te Stams gevonden kataloog, die nieuwe toelichtingen over de Opuscula bevat.

(2) De potentiis animae.

(3) De pulcro et bono, door Uccelli in 1869 te Napels naar handschriften uitgegeven.

(4) Hetzelfde geldt van de Summa totius Logicae-, van De usuris en nog een paar dozijn andere geschriften, waarover De Rubeis' Dissertation.es. Zie ook F. Ehrle's voorafspraak bij Alamannus, Summa philosophiae (1891), torn. III, sect. VI; Jahrb. für Phil. und spec. Theol. XV—XXI.

(5) Ptol. Luc. H. E. L. XXIII, c. 11, zegt, dat Thomas de Opuscula schreef: secundum consultationes sibi factas a diversis Principibus et personis.

(6) Responsio de VI articulis ad Lectorem Bisuntinum. S. Thom. Aquin. Opp. t. XVI. p. 175. Edit. Parm.

Sluiten