Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn gedaante, om zijn doel, om zijn samenstelling. Immers is de regenboog een waterrijke wolk, die de zonnestralen weerkaatst. Deze regenwolk is de weenende Maria; met hare tranen begon sij Zijne voeten te besproeien, Luc. VII. De Zon is Christus. De zonnestraal Christus' genade, die op de regenwolk werd weerkaatst, toen zij in Maria's tranen viel. Om zijne gedaante is de regenboog het beeld der Heilige; want wij zien er azuur en rood en hij strekt de armen uit naar de aarde. Het azuur is Maria's deemoed; het rood hare liefde. Zij was deemoedig, van achteren aan zijne voeten staande; zij beminde, want het Evangelie zegt: omdat sij veel bemind heeft. Strekken de regenboogarmen zich naar de aarde uit, dit is Maria's groot medelijden met de zondaren. Want zij is voor zondaren eene heilige middelares en hunne voorspraak; want zij leerde meedoogendheid met den zondaar door eigen ondervinding (1)."

Wij meenen den lezer nog beter een denkbeeld van Thomas' Sermones te geven, door een geheele schets als voorbeeld te vertalen. Wij kiezen het kort verslag eener preek op Palmzondag, gehouden naar aanleiding van Philipp. II: Die in de gestalte van God sijnde, het niet eenen roof achtte, evengelijk te sijn aan God; maar sichselven heeft hij vernietigd.

„In dezen epistel handelt de Apostel over drie zaken; 1°. over Christus' majesteit, Die in de gestalte van God sijnde; 2°. over zijne nederigheid, zich selven heeft hij vernietigd: 3°. over de vrucht dier nederigheid, daarom ook heeft God hem ten hoogste verhoogd.

„Voor Christus' majesteit geeft de Apostel drie gronden. Hij wijst Christus' Godheid aan: Die in de gestalte van God sijnde. Was hij Godheid in de gestalte van God, dan was hij God; daarom lezen wij in de Handelingen: God heeft den kinderen Israëls het woord gesonden, vrede aankondigend door Jesus Christus, dese is aller God. — Ten tweede toont hij de kracht van Christus' Goddelijkheid met deze woorden: geen roof; dat is, hij was in waarheid God, en niet door roof, gelijk de duivel het zocht te zijn. Om deze reden zegt de Apostel: Van wie de vaderen sijn, en uit wie naar het vleesch de Christus is, Die is over alles God te prijsen in eeuwigheid, amen, dat is, waarachtig. — In de derde plaats Christus' eeuwigheid, daar hij zegt: even-

(i) S. Thom. Opp. XV, 220.

Sluiten