Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTTIENDE HOOFDSTUK.

De H. Thomas van Aquino en zijn innerlijk leven. — Karakterschets door een tijdgenoot. — S. Thomas' onschuld. — Zelfbeheersching. — Ootmoed. — Gehoorzaamheid. — Plichtbesef. — Ascetische lezing. — Gebed en H. H. Sacramenten. — Leven van liefde tot God. — Liefde tot de eenzaamheid en minzame omgang. — Welwillendheid ook jegens tegenstanders. — dienstvaardigheid. — Medelijden met armen en zondaren. — Gevoelens van toewijding aan verwanten en vrienden. — De H. Thomas en de H. Bonaventura. — Vereering der Heiligen. — Godsvrucht tot de Moeder Gods. — Harmonie van geest en hart. — „NlETS dan U, o heer!"

Eerbiedig treden wij in de gewijde stilte eener van Gods genade vervulde ziel. Uitwendig zien wij haren arbeid onder de menschen; innerlijk vormt zij haar eeuwig leven, omgaande met God: zij wordt door Christus' reddende handen opgeheven uit de zeer droeve ellende der zonden. Tusschen de groote ergernissen blijft de heilige rein, op den weg dezer wereld goddelijke Liefde beantwoordend met een vlam van wederliefde, die zal voortbranden in de zuivere, beminde sferen van het vaderland. Maar weinig vermag de geschiedschrijver om dit hoogste leven, het inwendige, aan het nageslacht te melden. Hoe heiligen de dingen Gods schouwen en minnen blijft hun hoog geheim (1).

Toen de H. Thomas van Aquino den 6 December 1273, weinige maanden derhalve vóór zijn verscheiden, het H. Misoffer

(i) Vgl. S. Thom. Aquin. Summa theol. I. II, 109—114.

Sluiten