Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*

kringen dierbare vrienden, voor wier toewijding hij dankbaar, aan wier genegenheid hij zeer trouw was (1). Onder deze vrienden is vooral de H. Bonaventura in dichterlijke herinnering gebleven. Hij, de serafijnsche leeraar, de trouwste volgeling en de levensbeschrijver van Sint-Franciscus van Assisi; de uitverkorene, van wien zijn leermeester Alexander van Hales zeide, dat hij in Adam nooit scheen gezondigd te hebben, was door gelijkheid van deugd en genie met den engelachtigen Leeraar verbonden in eene liefde, als waarmede hemelingen elkander beminnen (2). Zoo hadden de serafijnsche vader Franciscus en de apostolische vader Dominicus elkander als dienaren Gods erkend. Hunne vriendschap leefde voort in hunne twee beroemde zonen. De roomsche Stedehouders hebben deze vriendschap der twee grootste middeleeuwsche leeraren met hunne lofspraak verheerlijkt. Van hen zeide Sixtus V: „Zij zijn twee olijven en twee brandende luchters „in Gods huis, die door de zalving der liefde en het licht der „wetenschap geheel de Kerk verlichten. Door een bijzondere „leiding van Gods voorzienigheid traden zij tegelijk, als twee „rijzende sterren, uit twee vermaarde kloosterorden te voorschijn. „Tijdgenooten, elkanders medescholieren in dezelfde studiën, met „elkander magister, beiden door Paus Gregorius X, die hen ter „Kerkvergadering opriep, geëerd, waren deze twee Heiligen „gedurende den pelgrimstocht dezes levens door broederlijke „liefde, geestelijke vriendschap en door deelneming aan heilige „werken zeer nauw vereenigd. Beiden naar het hemelsch vaderhand getogen, smaken zij gelukkig en verheerlijkt het eindeloos „heil, waar zij met dezelfde liefderijkheid, naar wij vertrouwen, „voor ons, die zwoegen in dit tranendal, bidden en Gods bijstand „afsmeeken" (3). Glorierijke, vorstelijke zielen! gelijk zij elkander liefhadden bij hun leven, zoo werden zij ook niet gescheiden in den dood. Eenstemmig gingen zij hunnen weg door dit aardsche leven, en Jezus, de Gekruiste, ging met hen en vervulde

(1) Summa theol. II, II, 22—27; de Tocco, VII, 45; Proc. de vita, n". 15; 81. — Vgl. boven bl. 85—86.

(2) Vgl. Sixtus IV, Superna coelestis, bij Boll. XXX, 795.

(3) Hi enim sunt duae olivae, et duo candelabra in domo Dei lucentia, qui et caritatis pinguedine, et scientiae luce totam Ecclesiam collustrant: hi singulari Dei providentia, eodem tempore, tanquam duae stellae orientes, ex duabus clarissimis Regularium Ordinum familiis prodierunt, etc. Bij Boll. XXX, 800. Vgl. daar, p. 796, ook de woorden van Sixtus IV.

Sluiten