Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit haar bovennatuurlijk moederschap: zij is Mater Dei, zij is de Moeder Gods. (1) De Engel sprak tot haar: De Heer is met u. Een edeler woord kon tot haar niet gesproken worden. Het was billijk, dat de Engel de H. Maagd vereerde, dewijl zij de moeder des Heeren is, en dus Meesteresse (2).

Het is schoon boven dien geleerde, terwijl hij van den morgen tot den avond voor de wetenschap arbeidt, dagelijks den Hemel geopend te zien. Daar aanschouwt hij de engelenkoren en gezaligde reien en aller Koningin, in glorie elkander toeglanzend en tevens medelevend, als biddende liefde, met den achtergebleven pelgrim op aarde; en boven dit eeuwige leven van geluk en van liefde den heiligen Troon Gods, waaruit alle zaligheid nederstraalt.

Een geheiligde harmonie siert dit waarlijk christelijk leven van den engelachtigen Leeraar! Een evenwicht van verstand en hart, door een tijdgenoot aldus geteekend: „Verstand en hart wogen in hem tegen elkander op en versterkten elkander; zijne vurige gebeden voerden hem het heiligdom van Gods volmaaktheden binnen; en zijn verstand aanschouwde zoo hooge verborgenheden, opdat het hart op zijne beurt bij toenemende kennis in meerdere liefde zou ontvonken (3)."

Deze goede en getrouwe dienaar vond in God zijne vreugde, versmaadde de wereldsche genoegens, was zich niet van eenige groote zonde bewust: ziedaar de teekenen, die hem grond gaven tot een vast vertrouwen, dat hij leefde in de vriendschap Gods, dat hij was in de liefde. Een innerlijk gevoel van bovennatuurlijke zoetheid was hem bijna een zekere ervaring der tegenwoordigheid des Allerhoogsten in zijne ziel door de genade (4). De Heiland had hem als een merk van goddelijke gunst ingedrukt, kenbaar aan deze waarlijk christelijke stemming: voor niets ter wereld iets te willen doen tegen Christus (5).

(1) Cum igitur B. Virgo sit pura creatura rationalis, non debetur ei adoratio latriae sed solum veneratio duliae; eminentius tarnen, quam ceteris creaturis, in quantum est mater Dei. Summa theol. III, 25, 5.

(2) S. Thom. Expositio in Salutationem Angelicam: »Hoc autem verbum, Dominus tecum, est nobilius verbum quod sibi dici possit. Merito ergo Angelus reveretur Beatam Virginem, quia mater Domini, et ideo Domina est«.

(3) De Tocco, IV, 31.

(4) S. Thom. Summa theol. I. II, 112, 5; De veritate X, 10.

(5) S. Thom. In II Cor. XIII, lect. 2: Per quamdam tamen conjecturam nihil prohibet nos scire posse quod in caritate sumus: quando scilicet quis

Sluiten