Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze leeraar in de godgeleerde faculteit te Parijs en aartsdiaken van Amiens bevestigt op zijn geweten, dat hij noch bepaalde personen noch eenige kloosterlingen tracht te bezwalken, maar hen te wederleggen, die, snooder dan Arius en Sabellius, zich als een volmaakter toonbeeld van heiligheid opwerpen dan Christus zelf was(l).

Geheel de wereld gevoelde, dat de twee bedelorden werden aangegrepen. Het was noodig, bij zulk een opzet, de openbare meening voor te lichten.

De H. Bonaventura, generaal der Franciskanen, en Johan Peckham, regent hunner studie te Parijs, gaven ieder een verweerschrift uit (2).

Van den kant der Dominikanen trad Thomas nogmaals in het perk. Zijn boek. Over de volmaaktheid van het geestelijk leven (3), is eene degelijke theologische verhandeling over het ware wezen der christelijke volkomenheid.

Eene korte voorafspraak ontvouwt het plan van dit werk: Omdat eenige lieden zonder kennis van de volmaaktheid zich hebben aangematigd over den staat van volmaaktheid ongegronde meeningen te uiten, stellen wij ons ten doel over de volmaaktheid te handelen: wat de volmaaktheid is; hoe zij verkregen wordt; welke de staat der volmaaktheid is; wat hen betaamt, die dezen staat aanvaarden (4).

Waarin dus is de volmaaktheid gelegen? — De Heilige antwoordt: „Voornamelijk bestaat het geestelijk leven in de liefde:

(1) Tantum sibi praesumptionis quidam homines assumpserunt, se ipsos amantes, sibimet ipsis placentes, ac suam, non Christi, justitiam praedicantes, ut cum dicat Apostolus, Estote imitatores mei, sicut et ego Christi, ipsi e contrario dicant: Estote imitatores nostri, in quibus non sumus imitatores Christi. — Testor conscientiam meam et Deum .... nolle me.... aliquibus personis detrahere, alicui ordini sive statui, sicut falso mihi imponitur, derogare.... sed quorumdam perfidorum doctrinam arguere, qui sapere anti-christi seductionem atque documentum videntur, dicendo Christum Dominum multa egisse, in quibus non debeat a viris perfectis imitari, sed contrarium quorumdam operum ejus perfectius. sit sequi: quod nee Arius, Sabellius.... ausus est in Ecclesia praedicare. Hist. Litt. de la France, t. XXI, p. 488 en 490.

(2) De H. Bonaventura de Apologia paupertim, Peckham zijn Tractatus pauperis contra insipientem.

(3) De perfectione vitae spiritualis. — Het geschrift verscheen in 1269; zie Mandonnet, Siger de Brabant, p. 107.

(4) De perfectione vitae spiritualis. — S. Thom. Opp. XV, 76.

Sluiten