Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaamheid(l). Hij komt tot de gevolgtrekking, dat het kloosterleven bij uitstek een volmaakte staat is, omdat het doel daarvan niet alleen het beoefenen der volmaaktheid is, maar ook het aangaan eener verbintenis tot die volmaaktheid krachtens aan God afgelegde beloften (2). In andere levensstate/* vindt men deze plechtige toewijding aan Gods dienst niet: behalve in den bisschoppelijken staat. Immers uit kracht van zijn ambt is een bisschop gehouden zijne vijanden te beminnen en te dienen; doodsgevaar te trotseeren of zelfs den dood te ondergaan tot heil zijner evenmenschen; hun aan de geestelijke goederen deelachtig te maken. Daar nu anderen te volmaken grooter volmaaktheid vordert dan alleen voor zich zeiven volmaakt te zijn, is de bisschoppelijke staat volmaakter dan die van welke kloosterorde ook (3). Wie Thomas' leer en leven hebben onderzocht, zullen bij deze verheffing van de bisschoppelijke waardigheid niet aan een behendigen kunstgreep denken, om het episkopaat te winnen, doch aan overtuiging; ook worden niet de bisschoppen, maar hun staat volmaakt genoemd (4). Noch bij de bisschoppelijke waardigheid, noch bij het kloosterleven is er sprake van

(1) De perfectione vitae spiritualis, c. IV—XIV.

(2) De perfectione vitae spiritualis, c. XV. Est autem considerandum, quod sicut supra praemisimus, perfectionis est non solum aliquod opus perfectum facere, sed etiam opus perfectum vovere: de utroque enim consilium datur, ut supra dictum est. — Sic ergo dum aliquis Deo vovet aliquod particulare opus, puta peregrinationem, aut jejunium, aut aliquod hujusmodi; non simpliciter conditionem vel statum mutavit, sed secundum aliquid tantum. Si vero totam vitam suam voto Deo obligavit, ut in operibus perfectionis ei deserviat jam simpliciter conditionem vel statum perfectionis assumpsit.

(3) Rursus autem ostensum est, tria pertinere ad perfectionem fraternae dilectionis; ut scilicet inimici diligantur, eisque serviatur, et ut aliquis animam suam pro fratribus ponat, vel exponendo se periculis mortis, vel etiam vitam suam totaliter ordinando in utilitatem proximorum, et quod proximis spiritualia impendantur.... Manifestum est autem majorem perfectionem requiri ad hoe quod aliquis perfectionem aliis tribuat, quam ad hoe quod aliquis in seipso perfectus sit.... Relinquitur ergo episcopalem statum majoris perfectionis esse quam sit status cujuscumque religionis. — De perf. vitae spirit, c. XVI—XVII.

(4) Wij zinspelen hier op de Hist. Litt. de la France, t. XXI, p. 492, die bijna niets van Sint-Thomas' verhandeling aangeeft, dan deze door niets gemotiveerde hekeling: L'ouvrage de Thomas nous a surtout paru remarquable par 1'adresse avec laquelle on s'y ménage 1'appui des évèques, déclarés hautement, malgré le droit qu'ils ont d'être riches, plus parfaits que les religieux eux-mêmes, etc.

Sluiten