Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„olie. Des heet het: opdat hij drage mijnen naam. Want geheel „was (de Apostel) van dezen naam vervuld, gelijk de Schriftuur „zegt: ik sal op hem mijnen naam schrijven. Die naam vervulde „zijn hart: wie zal ons scheiden van Christus? indien iemand „niet bemint onsen Heere Jesus Christus, die zij verbannen; „die naam geheel zijn leven: Ik leef echter, niet meer ik, maar „in mij leeft Christus.

„Dit vat was voor een edel gebruik bestemd, want 'sHeeren „naam, op grooten afstand van de menschen verwijderd, moest

„er door worden aangebracht Die naam is verre van ons

„door de zonde: het heil is verre van de goddeloosen ; verre „door de beneveling van ons verstand, gelijk de Schrift zegt: „dat zij sagen van verre; en elders: ik sie hem, maar niet nu; „ik aanschouw hem, maar niet nabij. Gelijk nu de Engelen ons, „die van God verwijderd zijn, de goddelijke verlichting aanbrach„ten, en gelijk in het oude Verbond na Mozes de Profeten aan „het volk de wet overleverden, volgens deze woorden: gedenkt „der wet van Moses, mijnen dienaar; niet anders lezen wij in „het nieuw Verbond na het Evangelie de apostolische brieven. „Immers, wat zij van den Heer hadden ontvangen, hebben de „Apostelen den geloovigen overgeleverd, volgens deze woorden: „ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik u ook heb over„geleverd (1).

„De gelukzalige Paulus nu droeg Christus' naam; en wel in „zijn lichaam, door de navolging van Jezus' wandel en lijden, „gelijk hij zegt: de merkteekenen van Christus Jesus draag ik „in mijn lichaam. In zijnen mond, daar hij in zijn epistelen „onophoudelijk Christus noemt. Nu uit den overvloed des harten „spreekt de mond (Matth. XII). En aldus is hij te vergelijken „met de duive van het boek der Schepping, die naar de arke „wederkeerde met een olijventwijg in haren bek. Daar nu de „olijf het beeld der goedertierenheid is, kan men in den olijven„twijg den naam van Jezus Christus zien, die ook goedertierenheid beduidt, volgens deze evangelische woorden \ gij sult sijnen „naam heeten Jesus, want Hij sal sijn volk van hunne sonden „verlossen. Deze twijg met groenende bladeren bracht hij in de „arke, d. i. de Kerk, toen hij hare kracht en beduidenis, bij het „ontvouwen van Christus' genade en erbarming, menigerleiwijze

(i) Cant. I; Apoc. III; I Corinth. II; Rom. VIII; I Cor. XVI; Gal. II.

Sluiten