Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„dacht, verblijdde ik mij. Eerst kondigt (Jezus) de toekomstige „kwellingen aan, vervolgens wapent hij ons daartegen met „vertrouwen. In de wereld d. i. van wereldschgezinde lieden, „zult gij verdrukking hebben, doch verwondert u niet, zoo de „wereld u haat, want ik heb u uitverkoren van de wereld, „daarom haat de wereld u vertrouwt, ik heb de wereld overwonnen. Immers is hij onze bevrijder. Hij heeft mij van de „vlammen gered, zegt de H. Schrift. Het is, als sprak hij: Neemt „uw toevlucht tot mij en gij zult den vrede bezitten; en wel „omdat ik de wereld verwonnen heb, die u kwelt. Christus „verwon de wereld, door haar de wapenen te ontrukken. De „wapens der wereld zijn hare begeerlijkheden: alwat in de „wereld is, zegt de H. Johannes, is begeerlijkheid des vleesches, „<begeerlijkheid der oogen, en hoovaardij des levens. Christus „overwon den rijkdom door armoede: ik ben ellendig en arm; de „Zoon des Menschen heeft niets, waar hij het hoofd nederJeëëe• — de eer verwon hij door nederigheid: leert van mij „dat ik zachtmoedig en ootmoedig van harte ben; — de vermaken „door lijden en arbeid: hij is gehoorzaam geworden tot den „dood, tot den dood des kruises; ellendig ben ik en in verdrukkingen van mijne jeugd af. Wie derhalve dit alles zoo over„wint, verwint de wereld; en dit vermag het geloof, want dit „is de overwinning, die de wereld overwint, ons geloof. Endaar „het geloof de wezenlijkheid is der zaken, die gehoopt worden, „dat is, der geestelijke en eeuwige goederen, leert het ons de „vleeschelijke en voorbijgaande versmaden (1)." —

Bijzonderheden aangaande de Schriftuurlessen, waarover wij in dit hoofdstuk spraken, zijn niet tot ons gekomen. Alleen bevestigt een oude oorkonde voor dit bijzonder geval wat ons in het algemeen genoegzaam bekend was; wij bedoelen den geest van geloof en vroom vertrouwen op God, die Thomas bij zijne geliefde studie der Heilige Boeken bezielde en hem licht deed zoeken bij Hem, die de Heer aller wetenschap is. Zoo gebeurde het bij het schrijven der bovengenoemde kommentaren op den H. Paulus. Somtijds scheen de zin van den gewijden tekst den Aquiner zeer duister. Hij zond dan zijne schrijvers

(i) S. Thom. In Joann. XVI, lect. 8.

Sluiten