Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

psychologische leer aangaande de eenheid van wezensvorm (forma specifica) in den mensch. De wezensvorm geeft aan een wezen zijn eigenlijken aard. 'sMenschen wezensvorm is de redelijke ziel; door haar en door haar alleen is het lichaam waarlijk een menschelijk lichaam, en het oog een menschelijk oog. Wanneer dan bij den dood de redelijke ziel van het lichaam scheidt, bestaat het menschelijk lichaam, en dienvolgens het menschelijk oog, niet meer naar zijn specifiek menschelijken aard. En dit geldt ook van Christus, die waarachtig mensch was, nadat Hij gestorven was(l). Zijn heilig lichaam, nooit gescheiden van den goddelijken persoon des Woords, was aan het kruis en in het graf numeriek hetzelfde, maar om de scheiding der siel, onderging het de verandering, die het onderscheid maakt tusschen levend en dood (2). Maar, hetzij de bovengenoemde vraag, hetzij een andere er aanleiding toe gaf, ontwijfelbaar is het, dat de door Thomas zoo standvastig verdedigde leer over de eenheid van wezensvorm in den mensch een steen des aanstoots werd.

Men bewees het den Heilige duidelijk door heftig verzet op een zijner gróote dispuutdagen (3).

De aanval kwam ditmaal van de machtigste zijde. Stephanus Tempier, de bisschop van Parijs, en magisters der theologische faculteit namen aan de bestrijding deel. Ja, zelfs ordebroeders van den Heilige. Onder de magisters voerde vooral Johannes Peckham het woord (f1292), de engelsche Franciskaan, die te Oxford zijn doctorstitel verworven had en nu als regent de school zijner ordebroeders te Parijs bestuurde. Deze geleerde was ongetwijfeld een overtuigd tegenstander van Thomas, in

(1) Quodl. III, 4: Ratio autem definitiva cujuslibet speciei sumitur a forma specifica ipsius. Forma autem specifica hominis est anima rationalis; unde remota anima rationali, non potest remanere homo univoce, sed aequivoce tantum. Oportet autem idem accipere in partibus quod est in toto: .... unde separata anima a corpore, sicut non dicitur homo nisi aequivoce ita nee dicitur oculus nisi aequivoce.... Sicut ergo Christus in triduo mortis propter separationem animae a corpore, quae est vera corruptio (niet: destructio), non dicitur fuisse homo univoce sed homo mortuus, ita nee oculus ejus in triduo mortis fuit univoce oculus, sed aequivoce, sicut oculus mortuus.

(2) Quodl. IV, 8. Vgl. I, 6; II, i; III, 1.

(3) Joh. Peckham, een der aanwezige bestrijders van Thomas' leer, getuigt in zijn brief van 1 Juni 1285, dat de strijd ging »de unitate formae«. — Denifle, Chartul. I, 634.

Sluiten