Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat het werk in het grieksch niet bestond, maar alleen in het arabisch, dat de latijnsche tekst van den arabischen stamde, die zelt niet anders was dan een uittreksel uit een grieksch werk van Proclus, getiteld: Theologische onderrichting. (1). De groote ideeën, waaraan hij zijn kracht en leven wijdde, bewogen den Aquiner om Proclus' leer Over de Oorsaken toe te lichten. Het platonisch opstijgen naar de eerste Bron van alle wezen en waarheid doet hem zeiven de wieken uitslaan van heilig verlangen; in zijne ziel juicht het evangelisch ideaal: Dit is het eeuwig leven, dat zij U kennen den waren God (2). De H. Augustinus had van de Platonisten het goede overgenomen, wat met het geloof in strijd kwam verbeterd (3). Waarom zou hij, Thomas, dit groote voorbeeld niet navolgen? Hij heeft het nagevolgd tot bescherming en vermeerdering der christelijke wetenschap. De pantheïstische gedachten van Proclus worden uitgezuh ei d, waar diens mystiek in het ijle dreigt te verzweven, wordt zij weerhouden. De schoone neoplatonische gedachten, waarin levend licht van waarheid is, leven met nieuwe kracht. Neoplatonische leeiing wordt aanleiding tot christelijke wijsheid. Schoone denkbeelden over God, ziel, geestenrijk; over het werken aller zedelijke schepselen en de allen doordringende kracht van het eerste, ongeschapen, oneindige Wezen zijn schooner dan bij Proclus uitgesproken in de verklaring van Thomas. En deze besluit zijn kommentaar over de Oorsaken met dankzegging „aan den almachtigen God, aller dingen eerste Oorzaak."

Tot schade der wetenschap zijn andere door Thomas ontworpen

kommentaren óf louter plannen gebleven óf verloren gegaan. Aldus eene verklaring van een der geschriften — waarschijnlijk de Kategorieën — van Simplicius, den begaafden Neoplatonist, die in de eerste helft der zesde eeuw door zijn kommentaren

(1) S. Thom. Liber de Causis, lect. I. — Deze Elementatio theologica is de Sr6.z„w.s Suloy,^ van Proclus (411-485), den hoofdvertegenwoordiger van atheensch Neoplatonisme.Blijkens handschriften voltooide Willem van Moerbeke den 15 Juni 1268 te Viterbo eene vertaling der geheele Elementatio. Zie De Rubeis, Diss. XXIII, 3. Thomas' kommentaar heeft Elevatio in plaats van Elementatio.

Vgl. O. Bardenhewer, Jahresbericht der Görres-Gesellschaft, 1879.

(2) S. Thom. Lib. de Causis, lect. 1.

(3) S. Thom. Summa theol. I, 84, 5.

Sluiten