Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grootheid verre beneden zijnen koninklijken broeder Lodewijk bleef, nog altijd uitzicht en vertrouwen, dat hij Paus Gregorius' zeer wijze wenken volgen en zich, als een waardig vorst, voor het doordrijvend rijksbestuur hoeden zou, dat hem later de kroon afrukte en haar nederwierp in het bloed der siciliaansche Vespers (1).

Onder Gregorius X moest de H. Thomas van Aquino Parijs verlaten. Den leerstoel, waar zijne wijsheid zoo vaak had uitgeblonken, liet hij open voor zijnen deugdzamen en geleerden ordebroeder Romanus de Rossi, een neef van Paus Nicolaus III (2). Nog in den Vastentijd 1272 schijnt de Heilige een akademisch dispuut — een Quodlibet — gehouden te hebben te Parijs, waar inmiddels wederom eene staking der universiteitslessen was uitgebroken; maar in Juni was hij zeker naar Italië teruggekeerd, wat blijkt uit den brief, dien de rector en professoren der parijsche letterkundige faculteit — Jacultas artiwn — naar het algemeen kapittel der Dominikanen opzonden, dat den 12 Juni 1272 te Florence geopend werd. De brief behelsde een verzoek dat echter moest wordon afgewezen: vergeefs werd Thomas voor de universiteit van Parijs teruggevraagd (3). De Dominikanen, in hunne provinciale vergadering, die eveneens te Florence en onmiddellijk na het generaal kapittel gehouden werd, stelden de hoogere theologische studie voor de romeinsche ordeprovincie geheel in zijne hand: hij had volmacht om de plaats te bepalen voor de studiehuizen; om de geschikte studenten uit te kiezen en hun getal vast te stellen (4). Het kan zijn, dat de Heilige om

(1) Om onder de toskaansche Guelfen een onredelijken partijwrevel te lenigen schreef Paus Gregorius hun deze woorden: Ghibellinus est, at christianus, at civis, at proximus. Ergo haec tot et tam valida conjunctionis nomina Ghibellino succumbent? Et id unum atque inane nomen (quod quid significet, nemo intelligit) plus valebit ad odium, quam ista omnia tam clare et tam solide expressa ad charitatem?

(2) De Tocco, 45: Ptol. Luc. H. E. XXIII, 16.

(3) Mandonnet, Siger de Brabant, p. 215 toont aan, dat de Heilige niet in 1271, maar eerst in 1272 naar Italië vertrok. Het verzoekschrift, naar het algemeen kapittel te Florence gezonden, blijkt uit een brief, afgedrukt bij Denifle, Chart. I, 504, waarin de parijsche professoren schrijven: Eum, quem a vestro collegio generali Capitulo vestro Florentiae celebrato, licet requisissemus instanter, proh dolor, non potuimus obtinere.

(4) Studium generale theologiae quantum ad locum et personas et numerum studentium committimus plenarie fratri Thomae de Aquino. Douais, Acta capit. prov. p. 531; Denifle, Chart. I, 505.

Sluiten