Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een weinig kaal; teer van' vleesch bij mannelijken moed (1). Deze gedaante der stoffelijkheid werd verheerlijkt door aantrekkende uitstraling eener schoone ziel van genie, onschuld en liefde. Den Heilige te hooren en aan te zien vervulde ieders hart met bijzondere vertroosting en geestelijke blijdschap (2).

De verstandswerking van dezen man greep zoo aan, dat de zeer groote gevoeligheid van zijn lichamelijk leven er bijna door verslonden werd.

Tot blijk hiervan eenige trekken.

Eenmaal zou de Heilige op raad der artsen eene brandoperatie aan den voet ondergaan. „Waarschuw mij — sprak hij tot fr. Reginaldus — wanneer men komen zal." Tegen den bepaalden tijd strekte hij zijn voet op een gespreid rustbed uit en geraakte in zulk een afgetrokkenheid van geest, dat hem het branden niets deerde; althans was zijn smartgevoel aan geen enkele lichaamsbeweging zichtbaar. — Korten tijd vóór een aderlating, waaraan Thomas zich te Parijs naar toenmalig gebruik onderwierp, verhief hij zich tot zulk een aandachtige bespiegeling, dat hij er zelfs niet door verstrooid werd, toen het laatmes de ader trof. Bij het dicteeren van zijnen kommentaar op Boëtius'boek: Over de Drieëenheid, beval hij zijnen schrijver hem in geen geval uit zijne beschouwing te roepen; zoo arbeidde men vlijtig voort, tot een kaarslicht, 'door den leeraar ter hand genomen, zonder dat deze eenig blijk van gevoel gaf, tusschen zijne vingeren wegsmolt (3). — En toch — zoo verhaalt de oude levensbeschrijver — was hij bijzonder fijngevoelig en zeer vatbaar voor lichamelijke smart. Maar wanneer hij zich tot het beschouwen der waarheid keerde, geraakte hij buiten de zichtbare orde. Wij zagen hem immers ook geheel in zijn geestelijke wereld verdwijnen, terwijl hij de gast was van koning Lodewijk (4).

(1) De Tocco, VII, 39. — In het Processus de vita, 15, 19, 42, 45 geven getuigen deze schetsen: fuit (Fr. Thomas) magnae staturae et pinguis, et calvus supra frontem; — fuit magnae staturae, et calvus, grossus et brunus;

erat magnae staturae, et calvus in fronte; — fuit magnae staturae, et fuit

grossus et calvus in fronte. — De Vita S. Thomae, bij de Editio Piana (1570) der werken van S. Thomas, geeft een meer gedetailleerde beschrijving dan de oude getuigen en overdrijft sommige trekken.

(2) De Tocco, VI, 37. — Zie boven bl. 254—257.

(3) De Tocco, VIII, p. 48.

(4) Zie boven bl. 324.

Sluiten