Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der orde, wanneer wij, waar het bovennatuurlijke waarheden geldt, niet het geloof door de rede, maar de rede door het geloof zouden laten volgen; voor overschatting zijner begripsvermogens daar de H. Paulus een iegelijk vermaant niet hooger van zich te denken, dan hij behoort te denken, maar met bedachtzaamheid te denken, en 200 als God aan een iegelijk de mate des geloofs heeft toebereid (1). Nopens het gebruik en het misbruik der wijsbegeerte bij eene wetenschappelijke behandeling der geloofsleer, geeft wellicht geen ander werk des Heiligen een vollediger overzicht zijner grondstellingen dan de kommentaar opBoëtius. Ook hier verkondigt Thomas een beginsel, dat ons de volkomen verzoening tusschen aarde en hemel, tusschen tijd en eeuwigheid als in een naderend verschiet aankondigt: de genade verwoest niet, maar veredelt de natuur; dus dooft het geloof ons natuurlijk redelicht niet (2). Wat de theologische Summa zoo veelzijdig en ruim toepast, is bij het kommenteeren van Boëtius in beginselen beknopt uiteengezet (3).

Van een ander aan Boëtius toegeschreven werk, dat De Hebdomadibtis (4) heet, heeft de Aquiner niet meer toegelicht dan een

(j) l c. Verder zegt de Heilige: utentes philosophia in sacra Scriptura

possunt dupliciter errare. Uno modo utendo his quae sunt contra fidem, quae

non sunt philosaphiae, sed potius error vel abusus ejus Alio modo, ut ea

quae sunt fidei, includantur sub metis philisophiae, ut si nihil aliquis credere velit nisi quod per philosophiam haberi potest; cum e converso philosophia sit ad iretas fidei redigenda, secundum illud Apostoli 2 Corinth. 10, 5: In captivitatetn redigentes omnem intellectum in obsequium Christi. — In

Boet. de Trin. II, 3.

(2) .... dona gratiarum hoe modo naturae adduntur quod eam non tollunt, sed magis perficiunt unde et lumen fidei, quod nobis gratis infunditur, non destruit lumen naturalis cognitionis nobis naturaliter inditum. — In Boet. de

Trin. II, 3. ...

(3) Voor het onderwijs der godgeleerde wetenschap stelt de Heilige deze wijze

regejs; verba docentis ita debent esse moderata ut proficiant, non noceant

audienti Quaedam vero sunt, quae proposita manifeste auditoribus nocent;

quod quidem contingit dupliciter. Uno modo, si arcana fidei infidelibus fidem

abhorentibus denudentur; eis enim veniunt in derisum Secundo autem

modo si aliqua subtilia rudibus proponantur,ex quibus perfecte non apprehensis

materiam sumant errandi. — O. c. II, 4.

(4) De Hebdomadibus is een titel, aan het gelijknamig boek van Varro ontleend. Varro's werk bevatte zeven levensbeelden van beroemde mannen, en Boëtius' geschrift zeven uitgelezen, ingewikkelde vraagstukken. De H. Thomas, die in ztjn handschrift wellicht Ecdomadibus las, dacht waarschijnlijk aan ixSiSup, en kwam zoo tot de vertaling: editiones; conceptiones, welke vertaling

Sluiten