Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fragment. De kommentaar beslaat maar enkele bladzijden, doch wijsgeerige lezers zullen er schoone denkbeelden vinden over het zijn en het goede, voor zooverre dit als eene mededeeling van het ongeschapen Goed in de schepselen bestaat. \\ ant over deze diepzinnige waarheid handelen tekst en verklaring. In den Proloog verkondigt Thomas nogmaals het troostrijke der God beschouwende wijsheid, die naar de H. Schrift zoeter dan honig genoemd wordt. Welk een overgroote blijdschap door deze beschouwing der waarheid in het hart des heiligen Leeraars gestort werd, blijkt uit die telkens herhaalde, hartelijke lofspraak.

Boven Boëtius, hoezeer men tegen hem opzag, stelden middeleeuwsche scholastieken en mystieken Dionysius, die de Areopagiet wordt genoemd. De raadselachtige, van wien men thans beter weet, wie hij niet dan wie hij wel is, werd tot den tijd van Laurentius Valla (f 1457) algemeen vereenzelvigd met den geleerden Athener, die Paulus aanhing, nadat deze zijn onsterfelijke rede op den Areopaag had gehouden (1). Ontzag voor den bekeerling van den grooten apostel stemde tot hooger bewondering van het schoone, tot zachter beoordeeling en gunstiger verklaring van het onjuist klinkende en duistere in Dionysius' geheimzinnige werken. Hugo van S. Victor, Albertus de Groote, Alexander van Hales en Ulrich van Straatsburg luisterden naar het woord van den vermeenden Areopagiet. Tweemaal verheerlijkt Dante hem in de gloriesferen van het Paradijs (2).

Den Aquiner herriep Dionysius de gelukkige jaren van zijn jeugd en verborgen leven, toen hij te Keulen meester Albertus het boek: Over de namen Gods, hoorde verklaren (3). Veel had hij sedert dien tijd de geschriften overwogen van den mystieken godgeleerde. Gelijk allen zag ook Thomas in Dionysius den leerling van Patdus, en in het licht dezer overtuiging beschouwde hij geheel de „areopagitische" leer van hare schoonste zijde. Dikwerf en in vele werken van onzen Heilige worden dionysi-

overigens vrij goed met den inhoud van het verklaarde werk strookt. Vgl. Quétif et Echard, Script. Ord. Praed. I, 341 en Berthier, Le triomphe de S. Thomas, p. 135—136.

Over de hebdomaden in het algemeen zie W. H. Roscher, Die Hebdomadenlehren der griechischen Philosophen und Aerzte (1906).

(1) Hand. XVII, 34.

(2) Parasido, X, 115 — 118; XXVIII, 130—133.

(3) Zie boven bl. 60—63.

Sluiten