Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Noemen wij voorop een kommentaar op Aristoteles' geschrift: Over Voortbrenging en Vergaan.

De Tocco zag Thomas te Napels deze verklaring schrijven; het was — meende hij — diens laatste wijsgeerige arbeid (1). Het werk is niet verder authentiek dan tot en met het zeventiende hoofdstuk (lectio) van het eerste Boek; wel is een deel van het vier-en-twintigste hoofdstuk letterlijk de tekst van den Aquiner, maar dit fragment is niets anders dan het door een onbekende hier ingelaschte geschrift: Over de mengeling der Elementen (2). Het onvoltooide geschrift heeft de groote verdienste, dat de aristotelische leer over de zelfstandigheidsverandering diepzinnig en scherp wordt uiteengezet en toegelicht. Tegenover alle atomistische stelsels, die alleen door gewijzigde samenvoeging of scheiding van stofdeeltjes alle mogelijke veranderingen der wezens willen verklaren, wordt hier in het verschijnsel der veranderingen veel verder doorgedrongen en de richting aangewezen, waarin men bij het onderzoek naar zelfstandige, en dus andere dan toevallige, veranderingen der dingen op vasten grond voort kan gaan. Naarmate wijsbegeerte en natuurwetenschappen in onzen tijd meer onbevangen naar samenwerking zullen streven, zal Thomas' laatste kommentaar, wat de hierin toegelichte beginselen aangaat, meer vruchtbaar blijken voor dieper begrip der ons omringende wereld.

Ptolemeus van Lucca rangschikt onder de geschriften, die onze Heilige het laatst op het getouw zette, ook eene verklaring van Aristoteles' Politiek (3). Maar wat van de acht gekommenteerde Boeken met zekerheid aan Thomas kan worden toegeschreven, bepaalt zich tot het eerste en tweede Boek en de zes eerste hoofdstukken (lectiones) van het derde (4). In dit zeker

(1) De Tocco, Proc. de vita, 58: dixit. quod vidit eum (Fr. Thomam) scribentem super librum de Generatione et corruptione, quod credit fuisse ultimum opus

suum in philosophia.

(2) Het eerst hebben de uitgevers der Leonina, t. III, p. XXI XXV dit alles met afdoende bewijzen aan het licht gebracht. Onder andere toonen zij een goeden codex van Oxford uit de XlIIe eeuw, waarin na de zeventiende lectio is aangeteekend: Hic terminatur expositio fr. Thomae de Aquino. Het ingelaschte geschrift is Thomas' Opusculum, getiteld: De mixtione Elementorum ad Magistrum Philippum de Castro Caeli.

(3) Ptol. Luc. H. E. XXIII, 11.

(4) De Rubeis, Dissert. crit. XXIII, 3. De schrijver meent echter met Echard, dat de oude getuigen wel grond geven om de vier eerste Boeken geheel als

Sluiten