Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ziel bemint en hem vindend, uitroept: Ik bezit hem en zal hem „niet meer verliezen (1). Dit opperste goed besluit in zich een „immerdurende, volkomen blijdschap, gelijk de Heer zegt: Vraagt „en gij zult verkrijgen, opdat uwe vreugde volkomen zij. Om „een schepsel nu kan men geen volmaakte blijdschap smaken, „maar om God alleen, in wien de geheele volheid van alle goed

„berust Ik beschik u het rijk, gelijk mijn Vader het mij heeft

„beschikt: dat gij aan mijne tafel eet en drinkt in mijn rijk, „zegt de Heer; niet, als kan er bij de gezaligden van stoffelijke „spijzen sprake zijn; maar deze maaltijd beduidt de verkwikkende „vreugde, die God in zich zeiven vindt en de Heiligen in God... „Door de zalige aanschouwing zal de mensch God als tegenwoordig bezitten; en die beschouwing tevens het hart geheel „van goddelijke liefde doen branden. Want ontsteekt het schoone „en goede de liefde, dan kan God, de Schoonheid en Goedheid „zelve, niet zonder liefde worden aanschouwd (2). Uit de volkomen „kennis zal daarom volkomen liefde volgen; en, gelijk Paus Gre„gorius zegt, het liefdevuur, dat hier begint te branden, zal nog „meer ontvlammen, wanneer men het voorwerp der liefde aanschouwen zal. Hoe grooter de liefde is, des te meer blijdschap „brengt iemands tegenwoordigheid aan; en aldus zal dit toekomende geluk, èn om het bezit van God èn om het verslonden „zijn aller zielskrachten in God, volkomen wezen. En dit is het „toppunt van menschelijk heil; waarom de H. Augustinus zegt, „dat het geluk bestaat in de blijdschap over de waarheid (3). Met „die hemelvreugde zal den mensch tevens alle heil toestroomen „en alle rouw van hem wijken. Daarboven zal volmaakte vrede „heerschen; daarom vestigen wij onze uitzichten op dit gezegend „koninkrijk (4). En niet vruchteloos. Want tot dit rijk kunnen „wij geraken, en de Heer roept ons toe: Vreest niet, gij klein „kuddeken! want het heeft uwen Vader behaagd, u het rijk te „geven. Deze mogelijkheid om het hemelrijk te verwerven blijkt „uit een klaar voorbeeld" (5).

Hier schreef de Heilige niet verder. Hij zou weldra door God als zulk een voorbeeld worden gesteld voor geheel de wereld.

(1) Compendium Theol. II, 9; S. Thom. Opp. XVI, 84.

(2) Dion. De div. Nom. cap. 4.

(3) S. Aug. Conf. X.

(4) S. Thom. Comp. Theol. II, 10.

(5) O. c. II, 11: Secundo ostenditur hoe esse possibile ex evidenti exemplo.

Sluiten