Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog altijd werkte de geniale meester aan de theologische Summa, zijn kathedraal. Reeds was het derde en laatste deel van het godgewijde monument verre gevorderd. De negentigste Quaestio, handelend over de verdeeling der Boetvaardigheid in berouw, belijdenis en voldoening, was voltooid. Toen wendde de groote denker en kunstenaar eensklaps en geheimzinnig zijn gelaat van het meesterwerk af.

Terwijl de engelachtige Leeraar den 6 December 1273 in de Sint-Nicolauskapel het H. Misoffer opdroeg, moeten onbegrijpelijke gewaarwordingen zijne ziel hebben vermeesterd. Immer gewoon terstond na zijne dankgebeden de studiën te hervatten, scheen hij thans plotseling van alle wetenschap te hebben afgezien. Pater Reginaldus, hierover zeer verbaasd, ondervroeg zijnen heiligen ordebroeder, waarom deze zijne Summa, een tot Gods eer en tot verlichting der wereld ondernomen geschrift, onafgewerkt liggen liet? De Heilige gaf ten antwoord: „het is mij onmogelijk." — Reginaldus, dit alles onverklaarbaar achtend, begon zich af te vragen, of Thomas' geest bij 't aanhoudend studeeren wellicht het spoor bijster geworden was. Daarom hield hij aan, den Heilige tot vernieuwden arbeid nopend. Maar deze — men wist niet onder den indruk van welk hooger wedervaren — hernam: „Raynald, het is mij niet mogelijk; mijne „geschriften schijnen mij nietswaardig als stroohalmen" (1).

Weinig tijds daarna gaf hij zijnen goeden socius te verstaan, dat hij zijne geliefde zuster, de gravin van Sanseverino, ging bezoeken. Toen Thomas en Reginaldus het adellijk slot naderden, kwam de gravin haren broeder tegemoet. Daar deze ternauwernood sprak en geheel in geestvervoering scheen, vroeg de liefderijke zuster angstig: „Wat is dit?" — Reginald begon haar te verhalen, wat hij wist; maar gelijk nu had hij den magister nog nimmer gezien (2). Een uur later ontwaakte de Heilige uit

(1) .... et dum idem fr. Raynaldus videret, quod ipse fr. Thomas cessa verat scribere, dixit ei: Pater, quomodo dimisistis opus tam grande, quod ad laudem Dei et illuminationem mundi coepistis ? Cui respondit dictus Fr. Thomas: Non possum. Idem vero Fr. Raynaldus timens, ne propter multum studium aliquam incurrisset amentiam, instabat semper, quod idem Fr. Thomas continuaret scripta, et similiter ipse Fr. Thomas respondit: Raynalde, non possum: quia omnia, quae scripsi, videntur mihi paleae. — Barth. de Capua, in Proc. de vita, IX, 79. — Zie boven bi. 248.

(2) Barth. de Capua, 1. c.; de Tocco, VIII, 48.

Sluiten