Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ridders, het werd alles opgeroepen en bewogen voor Jeruzalem's herstel. In Mei zou de groote kerkvergadering te Lyon samenkomen. Het grieksche schisma zou er zijn gezanten zenden, en door eerlijke onderwerping aan Rome's wettig gezag medejuichen op het christenfeest van eenheid en verbroedering. De scheidsmuur tusschen Azië en Europa moest uiteenstorten. Geen tyrannenarm zal Juda langer klemmen in slavernij, maar Jeruzalem's tinnen zullen schitteren van vredeglans, als een blijde bode van christelijke beschaving voor Azië en Afrika. Hoe vurig haakten alle grootmoedige harten naar deze toekomst!

Christus' heilige Stedehouder spaarde niets, om tot zijn verheven doel te geraken. Alle lichten der Kerk riep hij naar Lyon: hij steunde bijzonder op den geleerden Petrus van Tarentaise, later Paus Innocentius V, en op de twee heilige leeraren Bonaventura en Thomas van Aquino.

Geroepen door het hoog gezag begon de Aquiner zijn verren pelgrimstocht van Napels naar Lyon. Gelijk hem door het Opperhoofd der Kerk bevolen was, nam hij zijn op bevel van Paus Urbanus IV geschreven Verhandeling tegen de Grieken met zich (1). Hij verliet de stad en S. Dotnenico maggiore. Verlaten stond de roemrijke zetel van den onvergelijkelijken Leeraar (2). Thomas en zijn reisgenoot Reginaldus gingen over den Volturno naar Teano. Daar voegden zich Willem, deken van Teano, en abt Roffried bij de pelgrims. Niet verre van Teano aan den weg van Burgo Novo werd onze Heilige, vermoedelijk in diep nadenken of in gebed verzonken, bijna aan 't hoofd gekwetst door een over den weg nederhangenden boom. Terstond snelden zijne reisgenooten toe. Op Reginaldus' vraag, of hij letsel bekomen had, antwoordde Thomas: weinig (3).

Middelerwijl geraakte Reginald met zijnen heiligen vriend in een vertrouwelijke samenspraak. „Pater, zoo zijt gij op weg naar „de kerkvergadering; daar zal veel goeds voor de Kerk, voor

(1) Ptol. Luc. H. E. XXIII, 8; Annal. ad ann. 1274. — De Tocco, X, 57.— Abbas Nicolaus en Barth. van Capua, Proc. de vita, II, 8 en IX, 79.

(2) Een marmeren gedenksteen bewaart te Napels de herinnering aan den grooten leeraar. Het opschrift luidt: Viator, huc ingrediens siste gradum, atque venerare hanc imaginem et cathedram in qua sedens Mag. ille Thomas de Aquino de Neap. cum frequente, ut par erat, auditorum concursu, et illius saeculi felicitate admirabili, doctrinam Theologicam docebat. — Zie bl. 364, noot 2.

(3) Proc. de vita, IX, 78.

É

Sluiten