Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gregorius den Grooten. In diens Verklaring van het boek Job of Moralium libri gal de uiteenzetting van Job XXII, 16: Die vóór hunnen tijd weggerukt sijn, en door eenen vloed ten gronde toe omvergeworpen, aanleiding tot redetwist omtrent wetenschap Gods en menschelijke vrijheid. De abt liet den codex van Gregorius' Moralia beneden brengen. Thomas deed zijn antwoord schrijven om den tekst van Gregorius heen. Hij groet aan het einde abt Bernard namens fr. Reginaldus (1).

Kort daarna was men bij de Cisterciënsers. De graaf en de gravin van Ceccano hadden het patronaat van de abdij. Uit liefderijke bezorgheid voor haren heiligen bloedverwant had de gravin er op aangedrongen, dat Thomas zich bij Sint-Benedictus' gastvrije zonen enkele dagen verpoozen zou (2). Gaarne werd deze wensch door den Heilige ingewilligd. Hij was voor zijnen toestand niet blind. „Komt de Heer mij bezoeken," — zeide hij — „dan is het beter, dat Hij mij in een klooster vinde(3)." Als kloosterling had hij geleefd, voor het kloosterleven had hij gestreden, in een klooster wilde hij zijne oogen voor den aardschen dag sluiten. Hij gaf aan Fossa Nova's stille abdij de voorkeur boven de burchtzalen van Magenza.

De abt van Fossa Nova bood den Angelicus met allerloffelijkste gulheid de gastvrijheid aan. Bij zijne komst vond Thomas een talrijke broederschaar aan de kloosterpoort en werd hij met vreugdeblijken ingehaald. Het eerst begaf men zich naar het huis Gods. Hier aanbad de Engel van Aquino — wie zegt met welke gevoelens! — de verborgen Majesteit des Heeren in het allerheiligste Altaargeheim. Nu leidde men den dierbaren gast in de spreekzaal. Toen de Heilige, door cisterciënser en dominikaner kloosterlingen omringd, hier binnentrad, sloeg hij zijne hand aan den deurstijl en zeide, terwijl hij het woord inzonderheid tot zijnen vriend Reginaldus richtte: „Reginald, mijn zoon, de se „is mijn rustplaats voor eeuwig; hier wil ik wonen, want haar „koos ik uit (4)." — Zoo sprak hij omtrent den 7den Februari

(1) De codex, geschreven met fraaie lombardische letter, en Thomas' antwoord worden bewaard in de abdij van Monte Cassino.

(2) De Tocco, X, 58. — Ptol. Luc. Annal. ad ann. 1274.

(3) .... dixit (fr. Thomas)....: Si Dominus voluerit me visitare, melius est, quod reperior in domo Religiosorum, quam in domibus saecularium. Proc. de vita, II, 8.

(4) Proc. de vita, 8, 15, 49, 80; de Tocco, X, 58.

Sluiten