Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALPHABETISCH REGISTER.

A.

A b a i 1 a r d (Petrus) — een grondlegger der scholastiek, 77, 195; 209.

Absalon (van S. Victor) — kastijdt de valsche wetenschap, 122.

Adelheid — hertogin van Brabant en Thomas van Aquino, 90, 95,215; — Thomas' brief aan, 216; — Thomas schrijft Over het bestuur der Joden, voor, 226.

Aflaten — over vereischten tot het verdienen van kruistochtaflaten, 307.

Agnes (H.) — godsvrucht van Thomas voor de, 331, 332. Vgl. 239.

Albertus (de Groote) — neemt te Bologna het kleed van den H. Dominicus aan, 53; — zijn wetenschappelijke zin, 54; — zijn praktische geest, 54 — 55;

— zijne vroomheid, 55 — 56; — vriendschap voor Thomas van Aquino, 56;

— voorspelt diens grootheid, 63; — verklaart te Parijs de Sententies van Petrus Lombardus, 78; — leidt als regent het algemeene studiehuis der Dominikanen te Keulen, 89; — legenden omtrent Albertus' macht over de natuur, 91—92;

— hij baant den weg voor degelijke studie van Aristoteles, 185; — zijne methode bij het verklaren van Aristoteles, 187; — wat hij aristotelischen dwepers toevoegde, 191—192; — predikt voor studenten, 235; — schrijft een werk tegen Averroës, 279; — zijne beoordeeling van het Averroïsme, 286.

Alexander (van Hales) — de doctor irrefragabilis, 78; — zijn invloed op

den H. Thomas van Aquino, 78, 195, 196;

— vergelijking met Thomas, 129. Alexander IV — zijne bul Nee

insolitum, 99; — zijne bul Quasi lignum vitae en verdediging van St. Thomas, 99; — bul Romanus Pontifex, 109;

— bul Parisius, 111; — draagt aan Albertus Magnus het schrijven op eener wederlegging van Averroës, 279.

Ambrosius (van Siena) — studiegenoot van Thomas, 82—83.

Amour (van Saint-) — zie Willem. Angelico (fra) — hoe hij den H. Thomas naast den H. Lodewijk schilderde, 324 — 325; — geen authentiek portret van Thomas door, 332.

Areopagiet (de) — zie Dionysius. Aristoteles — te Rome verklaard door Thomas, 184; — aanvankelijk gevaar zijner wijsbegeerte voor het Christendom, 184; — meeningen hierover en oude wetgeving bij de Dominikanen, 93; — kerkelijke verordeningen tegen het onderwijzen van Aristoteles' Physica en Metaphysica, 184, 278; — vrijheid voor Thomas van Aquino, 186;

— geestdrift in de XlIIe eeuw voor, 319-320.

Aristoteles — waarom Thomas van Aquino diens wijsbegeerte hoog stelde, 188; — door Thomas boven Plato verkozen om de grondslagen, de voorstelling en den stijl zijner wijsbegeerte, 189—191; — redelijke beperking van Thomas' eerbied voor Aristoteles, 191— 192; 219.

Sluiten