Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ambt in den dienst stelt van Christus, zooals een slaaf zijnen heer te gehoorzamen had. Xpiowj Tr(aoü beteekent eigenlijk: van den Messias Jezus. Paulus evenwel gebruikt de uitdrukkingen Christus Jezus, Jezus Christus en Christus promiscue door elkander. Bij hem is „Christus Jezus" een nomen proprium geworden. Weinig gebruikt hij alleen: Jezus (vgl. 2 Kor. 4: 11, 1 Thess. 1: 10) en dan nog in verband met „den Heer" (vgl. Rom. 4: 24, 1 Kor. 12: 3). Uit de wijze, waarop hij over Christus spreekt, blijkt de groote eerbied, welken hij voor Jezus gevoelt. De apostel richt zich tot alle heiligen. Opmerkelijk is het veelvuldig gebruik van allen in dezen brief, wanneer aan de lezers gedacht wordt (vgl. 1:4, 7 , 8, 25, 2 : 17 , 4: 2 1). Het hart van den apostel staat voor allen open. ook voor diegenen, die hem tegenstaan, en op wie hij veel heeft aan te merken. 'Ayio; (= tl'ilp) = Gode gewijd, afgezonderd van de wereld op

grond van het feit, dat men is fjiaofisvoc £V '• (' ^or. 1: 2). Het begrip heilig is geen zedelijk begrip, maar drukt eene zekere verhouding tot God uit en noopt tot een streng zedelijk leven (I.ev. 11: 44, 45). „In Christus Jezus" wijst op een zich bevinden in de gemeenschap met den verheerlijkten Christus. Vgl. G. A. Deissmann, Die neutest. Formel „in Christo Jesu", 1892. Deze formule is de eigenaardig Paulinische uitdrukking voor de innigste gemeenschap van den Christen met Christus. Wij mogen evenwel niet vergeten, dat dit spraakgebruik door de LXX voorbereid is, en dat de genoemde verklaring niet op alle plaatsen, waar zij voorkomt, past. Vgl. J. Weiss, Theol. Stud. und Krit. 1896,

S j .3-,. v>jv sraoxórat? zat oia/.ów;. De opzieners en

armverzorgers, die hier afzonderlijk genoemd worden, hebben veel aanstoot gegeven. Men meende, dat deze ambtelijke personen, die aan het hoofd van de gemeente van Filippi stonden, niet zouden passen in den tijd van Paulus. Daarom zou r : 1 tegen de echtheid getuigen (Holste», J. f. prot. 1 h. 1876, S. 142), of men zou ze eenvoudig uit den tekst moeten verwijderen als eene invoeging „in dem Interesse der Ausgestaltung der Kirchenverfassung, welchem die viel spateren Pastoralbriefe dienen". Ook Völter (Theol. Tijdschr. 1892, bl. 23) verwijdert ze uit den tekst. De £~(oxotoi evenwel komen hier niet als bepaalde ambtsdragers voor. Zij staan hier evenals 1 Clem. 42 : 5 , Didache 15: 1 naast de otaxivot en zijn personen, die voor de geldelijke aangelegenheden moesten zorg dragen, hier zeker voor de collecte van Hlippi

Sluiten