Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

degelijk karakter dragen en mag niet in eene zekere goedigheid of laksheid ontaarden. Overvloedig moet zij worden (irepiaasur)) in de sfeer van grondige kennis, zedelijke kennis of waardeering (jutyvwjei, vgl. i Kor. 13: 12) en in alle ervaring, zedelijk gevoel of takt (tcaar, atof)r(osi). Ataibjoic is waarneming met de zintuigen en verder met het zedelijk gevoel (vgl. atoibjdjpiov, Hebr. 5: 14). Kan men geen zekere kennis verkrijgen, dan moet een zeker gevoel, takt, inzicht de lezers leiden en leeren beslissen. Dit is vager dan de srtpiujt;. Daarom staat er -iart atOt>/(o$!. De lezers hadden die kennis en dien takt noodig. — I s. 10. AoxifüxCeiv toc öta'fspovTa (vgl. Rom. 2: 18) is niet = het voortreffelijke als beproefd beschouwen . maar onderzoeken wat daarvan verschilt. De lezers moesten hebben de gave van de onderscheiding der geesten, om te weten, aan wie zij hun vertrouwen schenken konden, en aan wie niet, zooals aan de dwaalleeraars van Filippi. Het was van het hoogste gewicht, dat de lezers alzoo hunne liefde openbaarden, opdat zij mochten zijn stXtxoivsf; zat ÓTCpoozoTOt si? Tjfis'pav Xpioxou. EiXt/.pivet; = zuiver, niet bezoedeld door bedriegerij, helder als het daglicht. 'AirpdazoTOt is hier niet = wie geen aanstoot biedt, maar wie geen aanstoot genomen, schade geleden heeft. Zoo ook Hand. 24: 16, 1 Kor. 10:32 = onergerlijk, ongekwetst. Tegen den dag van Christus = als de dag der parousie komt. EiXtzptvst; zat ÓTCpoaxoitoi wordt nader omschreven vs. 11 7TSkXy(P(i)[isvo£ zapTrov zts. Kap~ov is de Acc. van de nadere betrekking. Vervuld zullen de lezers zijn met de vrucht der gerechtigheid, d. i. niet de vrucht. die in gerechtigheid bestaat (Hebr. 12: 11), maar de vrucht, die voortvloeit uit de gerechtigheid. Die gerechtigheid is hier de toestand van de gerechtvaardigden, die zich op velerlei wijzen openbaart. Die openbaringen hebben eene eenheid en daarom is het eene vrucht der gerechtigheid. Om aan te toonen, dat die openbaringen specifiek Christelijk zijn, worden zij genoemd tov ota 'Ir(ooO Xpiotou, door middel van Hem, d. i. door het geloof in zijnen naam bewerkt. Deze ontwikkeling van de Christelijke volkomenheid zal leiden tot heerlijkheid en lof van God, niet tot eigen verheerlijking. Et; Öoüav (= ni!3) is objectief = tot eer van God,

T

tot grootmaking van zijnen naam en majesteit en ei; Imctvov is subjectief tot lof van de zijde van hen, die zijne öo;a aanschouwen. Ef. 1:6 vinden wij de constructie sis siratvov 8ó;r(; xf(; yiotxo; a'jto'j. Vgl. 1: 12, 14.

Sluiten