Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men predikte met egoïstische bedoeling-en, om zelf geëerd te

worden, niet zuiver, edel. rein (o<r/ dyvu>?\ Paulus verklaart

dit vr/ ayvto; nader door ofojisvot systpstv to?; osofio?; jaou.

In hunne kleinzieligheid meenen zij over Paulus' banden verdrukking

te verwekken. Zij meenden, dat het Paulus hinderen moest,

dat hij gebonden was en zij zoo vrij konden werken. Zoo dachten

zij zijne banden of gevangenschap te verzwaren. Het eenigszins

vreemde gebruik van SYsfosiv . waarvoor Dc E K L s~e®sosiv lezen

li t i *

is te verklaren uit het gebruik, dat de LXX van systpstv maakt. \ gl. Spreuk. 10: 12, 11: 16, 15: 1, 17: 11. Anderen evenwel (zie vss. igb, 16) prediken ook met welwillendheid (3i' SüSoztav). d. i. met welwillende gevoelens tegenover Paulus, niet bepaald omdat zij zien op zijnen zegen, maar omdat zij sympathie koesteren voor zijnen persoon. Het vrije, onafhankelijke karakter hunner liefde ligt in süSozia opgesloten, zooals dit woord vaak van Goddelijk welgevallen gebezigd wordt. Paulus erkent van de Ttvè; fisv zoowel als van de Ttvs; os, dat zij Christus prediken Wel een bewijs, dat hij geen groot verschil in de leer bij de verschillende predikers opmerkte. Vs. 16 begaat de schrijver eene grammatische onjuistheid, door met of fJ.s'v eerst van de welwillende, en met of os van de onwelwillende predikers te spreken. Sommige getuigen (zie DbcKsyr.P) hebben dan ook vss. 16, 17 de volgorde veranderd en vs. 17 aan vs. 16 laten voorafgaan. — Vs. 16. Liefdevolle gezindheid vervult sommigen tegenover Paulus, wat hij nader verklaart door stoots? . . . zs?fi.9!r. De apostel bedoelt hiermede niet, dat hij in de gevangenis ligt, of in eenen ongelukkigen toestand gekomen is, zoodat zij medelijden met hem hadden. Neen . hij wil zeggen , dat de liefde voortvloeide uit hoogachting. Zij weten, dat hij ligt of gesteld is (zsTjiai in den zin van Luk. 2: 34, 1 Thess. 3: 3) nl. door God, tot verdediging van het evangelie. Zijn toestand moet strekken tot verdediging of aanprijzing van het evangelie en daarom willen zij hem helpen. Van de onedele broeders zegt hij: tov Xptaxbv xv.T7.'i~(£k\w3W, zij verkondigen Christus, wat zwakker is dan het meer plechtige tov Xpioxbv zr(póaaouatv van vs. 15, waar hij van de predikers in het algemeen spreekt. Men lette ook op de tegenstelling tusschen s'.oots; en otofisvoi vss. 16, 17. De eersten weten, de tweeden meenen, zijn van gedachte. — Vs. 18. Wat Paulus vs. 17 gezegd heeft, schijnt in strijd met de opmerking.

Sluiten