Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

K°l- 3: 3. 4) en het sterven hem winst, brengt hem bij Christus (2 Kor. 5 : 8). Na zijn sterven hoopt Paulus onmiddellijk met Christus vereenigd te zijn. Zf,v correspondeert met en

KTToOaveFv met »avai:o? van vs. 2ob. Daarom is het ongeoorloofd, Th Cr(v hier met Haupt (Comm. 1902, a. a. O.) van het hoogere leven op te vatten, en te verklaren: Spreek ik van leven, dan denk ik aan Christus en daarom is het sterven mij winst. Xpto-ro; vs. 21 zou identisch zijn met a-jv Xpta-oï stvoct vs. 23b. Ik zie die identiteit volstrekt niet in en leg nadruk op het nauwe verband, dat tusschen vss. 21, 22 bestaat. Z?(v (Praesens) = aanhoudend leven en arailotvstv (Aor. ééne acte) het sterven, eigenl. hier het gevolg van het sterven, de toestand na den dood. Vgl. 2 Kor. 7 : 3. Met nadruk staat £[xot voorop. Wat mij betreft in tegenstelling van anderen, die hun leven niet aan Christus wijden en wier sterven geen winst is. Sterven wasvoor Paulus dus beter dan het leven. — Vs. 22. Of nu in het vleesch te leven, het gewone leven, hem vrucht des werks is, vrucht van zijn werk op zal leveren. Paulus had kunnen voortgaan: of dat ik liever niet in het vleesch zal leven, daar dit mij eene eeuwige vrucht of vrucht des eeuwigen levens op zal leveren, weet ik niet. Hij gaat evenwel niet zoo voort, ontwikkelt de gedachte niet volledig, wat na het voorafgaande ook niet noodig is, maar zegt in den nazin: en wat ik kiezen zal, weet ik niet (niet: en wat zal ik kiezen? ik weet het niet). De nazin begint Hebraïstisch meer met zat (zie Blass, Gramm.2 S. 268). Paulus dacht bij xspoo; aan het eeuwige leven. Daarom schrijft hij vs. 22*. denkend aan het aardsche leven, xb Cr(v sv aapxt'. Men heeft met 1 ciOtO fiot v.rxp~b; spyou den nazin laten beginnen en aldus omschreven: „indien dit leven in het vleesch winst is, is dit mij vrucht van mijn werk . Alaar de aanvulling van zspco? uit het voorafgaande is onjuist. Niet van het leven, maar van het sterven stond xépöoc. Ook begrijp ik niet. wat de bedoelde gedachte hier te maken zou hebben. Paulus had dan nog eer kunnen schrijven: Wanneer het leven mij vrucht van mijnen arbeid geeft, is ook dit aardsche leven winst. Haupt vult na sv aapzt aan: C?)v saitv en verklaart: indien nu het leven het leven in het vleesch is, geeft hem ook dit vrucht van zijn werk. Hij vergelijkt voor de aangenomene ellipse Rom. 2: 28, 29. Haupt gaat uit van de onjuiste onderstelling, dat Paulus £5)v vs. 21 in eenen anderen dan den

Sluiten