Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan zal zijn leven hierop moeten uitloopen. dat het voorwerp van hunnen roem (~b y.a.'r/r^o. Gfxwv) overvloedig zij, d. i. dat zij oven loedige stof tot roemen hebben, in de gemeenschap met Christus Jezus, in Hem levend, zoodat hun roem niets zelfzuchtigs hebbe, maar een heilige roem zij. 'Ev sjxof = jn mijnen persoon of mijn werk, dat ik dan voortzet, wat nader verklaard wordt door j.7 1^, rotpot'jtj'.z, j d. i. evenals 2: 12, 2 Kor. 10: 10 door

mijne tegenwoordigheid, mijne aanwezigheid. — I IdtXtv Tupo; Oude = wederom bij u. Deze woorden staan hier vreemd en moesten eigenlijk tusschen het artikel en het subst. gevonden worden. Vgl. evenwel Gal. 1: 13 tt(v £fxr(v dvaotpo^v rare y-i. en 1 Kor. 8:7 f( <juvr,9sta sto; arj-i toO si8<t>Xou. Zoo wordt ten laatste niet Paulus, maar Christus het voorwerp van den roem der lezers. Paulus heeft thans genoegzaam verklaard v.z\ xt afp^oojiai 06 ptopt'Ccu of zijne heilige onzekerheid. Zoowel zijn sterven als zijn leven zou voor hem uitnemende vruchten dragen. Zelfzuchtig mocht hij niet zijn.

27. Alleen gedraagt u het evangelie van Christus waardig, opdat hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig ben, ik aangaande u hoore, dat gij staat in éénen geest, met één gemoed tezamen strijdend voor het geloof

28. des evangelies, en u in niets latend vervaard maken door de tegenstanders, hetwelk hun een bewijs is van \erdert, maar van uw heil, en wel van Godswege.

29. Want u is het geschonken voor Christus, niet alleen in Hem te gelooven, maar ook voor Hem te lijden;

30. denzelfden strijd hebbend, welken gij in mij hebt gezien en nu van mij hoort.

Vs. 27. Movov duidt eene beperking aan van iets, dat gezegd, gesteld, beweerd is. Zie Gal. 2: 10, 5: I3. Haupt verbindt |xóvov zié. met ya(pt0 dXXot Xap^oo|iat (1: 18). Paulus'vreugde zou slechts verstoord kunnen worden, wanneer de Filippiërs niet waardig wandelden. Maar daarvoor staat jxovov te ver af van -/stptu. Het bezwaar, door Haupt opgemerkt tegen de verbinding met vss. 25, 26, dat als Paulus wist, dat zijn blijven strekken zou tot bevordering van het evangelie, hij dit niet afhankelijk behoefde te stellen van het gedrag der Filippiërs, geldt ook tegen hem. Als Paulus wist, dat hij zich bij de Filippiërs

Sluiten