Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar wel degelijk het lijden, dat van den tegenstand der bestrijders het gevolg is. Dat lijden is een bewijs van Gods genade, niet van Gods toorn. Gegeven is, nl. door God (zie vs. 28b xat touto a-'j fts&u). Van hoe groot gewicht dat lijden voor de lezers is, zegt Paulus duidelijk in de woorden: niet alleen in Hem te gelooven, maar ook voor Hem te lijden. Ook het gelooven hoewel eene daad der lezers, kan men als eene genadegave Gods beschouwen, in zoover Hij hen tot het geloof geleid heeft. Goddelijke leiding en menschelijke werkzaamheid sluiten elkander volstrekt niet uit. Nog hooger dan het gelooven staat het lijden voor Christus, in zoover dat een bewijs is, hoeveel men voor Hem overheeft en hoe krachtig het geloof is, dat zulk eene beproeving kan doorstaan. Niet aan allen is die genadegave geschonken , want niet allen zijn tegen die vuurproef bestand, lo O-èfj Xptatgü scil. -aaystv. Paulus breekt bij Xpiowj de

gedachte af, om haar dan verder weder op te nemen. Vs. 30

Dit lijden voor Christus heeft den vorm van eenen wedstrijd of aytuv (vgl. 1 Tim. 6: 12, 2 Tim. 4: 7 en ouvaOXouvie; vs. 27). Hier staat c^ovts;, waar wij eyouaw zouden verwachten. Dit moge grammatisch niet correct zijn, een dergelijk verschijnsel komt toch meermalen ook bij Paulus voor. Vgl. Kol. 3: 16, Ef. 3: 18, 4: 2. De tilippiërs zijn het logische subject en daarom is de Nom. goed te begrijpen. Men moet derhalve r(-t; . . . izaayeiv niet als eene parenthese beschouwen. Paulus spreekt van zijnen strijd of aycov te Filippi 1 Ihess. 2: 2. Eene analogie van den strijd der Filippiërs is de strijd, welken Paulus zelf heeft, hoedanigen zij van hem gezien hadden en nu van hem hoorden. De apostel had strijd gehad te Hlippi (Hand. 16) en in Macedonië (2 Kor. 7: 5). Uit den brief, waaruit genoegzaam bleek, hoezeer des apostels leven gevaar liep, hadden zij daarvan gehoord en Epaphroditus, die naar de Filippiërs terugkeerde en den brief overbracht, zal er zeker ook van gesproken hebben. De gemeenschap des lijdens zou voor de Filippiërs eene zekere vertroosting zijn. „Est solamen miseris socios habuisse malorum".

HOOFDSTUK II

1. Indien er clan eenige vertroosting in Christus is, indien er eenige bemoediging is der liefde, indien er eenige gemeenschap des Geestes is, indien er hartelijkheid

Sluiten