Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of cppovsts&cu. Ik kies het laatste (vgl. wat ik schreef Theol. Stud. 1885, bl. 225). Dit worde bedacht in uwen kring wat ook in Christus Jezus aanwezig is. Alen vertaleniet: „bedenkt dit bij uzelven", want dan zou sv OjJttv eene zinledige bijvoeging zijn. De uitdrukking Xéyetv sv satmj) (Mt. 3: 9, 9: 3, 21) voor denken is eene geheel andere, want dan moet sv sauToï er bij, om dit Xs'ystv te stellen tegenover het gewone spreken tot anderen. Men vertale ook niet: „Bedenkt (cppovstxs) dit in uwen kring", want ook dan is sv u(u?v onnoodig. Met 'ipOvsTxs spreekt Paulus de lezers aan en zij moesten begrijpen, dat het bedenken in hunnen kring plaats moest vinden. Leest men cppovstaöo), dan vervalt dit bezwaar. Hauft zou wel ^ppovstoSw willen lezen, doch met het oog op het gezag der Hss. leest hij '.ppovstrs, en zegt, dat sv ujxiv bij wijze van tegenstelling met sv X. 'I. in den tekst gekomen is. Natuurlijk is deze voorstelling niet onmogelijk, doch ik geef de voorkeur aan de mijne. Men moet niet vertalen: „dit worde bedacht door u", want dan zou men het tweede sv ook met „door" moeten weergeven, wat niet juist is. Bij sv X. I. moet men niet È'fpovr({bj aanvullen — waarom dan niet liever ó xat X. I. scppdvst —, maar sattv. Men moet ook niet aanvullen: 0 xal sv X. I. ccpovsiTS, alsof de gedachte zou zijn: Laat dit het object van uw menschelijk denken zijn, wat ook het voorwerp van uw Christelijk denken kan zijn (zoo Deissmann, Die Formel „in Christo Jesu", S. 113 ff.). Deze tegenstelling toch behoort hier niet thuis en cipovstxs sv ujuv is niet: wat gij als menschen denkt. Alen behoeft bij sv X. 'I. niet *?(v aan te vullen. De gezindheid, welke Christus bij de xsviooi; bezielde, stelt de apostel zich als tegenwoordig voor. Paulus spreekt in 't algemeen van sv X.'1., en laat de copula weg, daar het hem meer om de openbaring van de gezindheid van Jezus, dan om die gezindheid zelve te doen was. Alleen vj'/ apTrayjibv rj'foaio (vs. 6) spreekt van die gezindheid van Jezus. — Vs. 6. In 0; sv |Jtop'.sirj &sou u-dtp"/iov ziet Sc op den praeëxistenten Christus. Hij, die later na zijne xsviuat; Jezus Christus heette, was als de praeëxistente zoodanig, dat Hij énz. Uit onze exegese van ó; vloeit voort, dat wij het gevoelen, o. a. van vele Luthersche theologen, verwerpen, alsof in het vervolg over eenen toestand van den mensch geworden Christus gehandeld zou worden. Zoo b. v. Christus had wel

Sluiten