Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwacht men niet auTO'j of aOxoü na soooxta;, want niet dat het naar Zijn welbehagen, maar dat het naar Zijn welbehagen, niet naar eene andere eigenschap Gods is, is hier de zaak. Het zij tot troost der lezers gezegd, dat het God is, die voortdurend, die eigenlijk alleen werkt in de lezers. lTïlp r?(; s'joox'.ct: = om, op grond van Zijn welbehagen. 'Virsp cum. Gen. staat hier van de bewegende oorzaak zooals Hand. 5: 41, 9: 16, 15: 26, 21: 13, Rom. 1: 5, 3 Joh. 7.

14, 15. Doet alles zonder morren en bedenking, opdat gij onberispelijk en oprecht moogt worden, onbesmette kinderen Gods te midden van een krom en verkeerd geslacht, waaronder gij u openbaart als hemellichten

16. in de wereld, daar gij het woord des levens houdt, mij tot eenen roem tegen den dag van Christus, dat ik niet tevergeefs geloopen, en niet tevergeefs gearbeid

17. heb. Maar indien ik ook geplengd word, verheug ik mij over de offerande en den altaardienst van uw

18. geloof, en ik verheug mij met u allen. En desgelijks ook gij verheugt u en verheugt u met mij.

Vs. 14. De gehoorzaamheid moet op de rechte wijze plaats hebben. Men kan gehoorzaam zijn, terwijl men zich noode onderwerpt, al mopperend en met tegenzin (yjy(u<3[L'A ziet op verschillende gevallen, waarbij men ontevreden is = Tovdopuofi.o?). Dat Paulus hier zou zinspelen op het morren van de Israelieten in de woestijn, wordt niet bewezen door het beroep op Deut. 32:5, dat vs. 15 volgt. Mij dunkt, dit lijkt mij wat ver gezocht. AiotXoYtafJtit zijn overleggingen, om het Goddelijk doen te bedillen, als het kan, van Gods eischen iets af te doen. In ieder opzicht moet men gewillig en dadelijk gehoorzamen. — Vs. i5b sluit wel aan vs. i5a aan, maar is toch de gevolgtrekking uit de vermaning van 1 : 27 af. Gedacht wordt vs. 15b aan de verhouding tegenover de wereld, waarin men schijnen moet als lichten in de duisternis. Dit kan dus niet alleen zien op vs. 15*, waar niet gedacht is aan de verhouding tegenover anderen. "Afisjnriot = onberispelijk, niet te berispen door God (vgl 3:6,1 Thess. 3:13) en axsootfj' = oprecht, zuiver, ongemengd. — Voor a(awjact lezen sommige get. misschien naar de LXX a[xcó[xr(Ta. De nadruk ligt niet op a[in>jj.a, want het daardoor uitgedrukte begrip hebben

Sluiten