Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haupt, S. 98). Bezitten de lezers het levenswoord, dan kunnen zij onberispelijk zuiver zijn. Adyo; is naar analogie van

Xo'yo; to'j ataupou (1 Kor. 1: 18), Xóyaz ao'ft'a; (2: 4, 13, 12: 8), Xoyo; tt,; zaxaXXa'jffi (2 Kor. 5: 19) niet een woord, dat tot het leven leidt, maar dat over het leven handelt (Gen. obiecti) = het evangelie. Het bedoelde woord is levenswoord. Daarom zonder artikel (niet 6 Xo'yo; xffi Natuurlijk bewerkt dat

levenswoord, omdat het uit God is, ook het leven. Wie dat woord bezitten, kunnen dus hunne zaligheid bewerken. Et; zzu/rpv. sjxot et; ïjpipav Xpiawj staat op het eind van den finalen zin t'va Y^r(af}e kts- (vs. 15). De zedelijke volmaking der lezers strekt Paulus tot grond van zijnen roem, en hiermede keert Paulus tot 1: 18 terug. Luisteren de lezers naar de vermaning van 1: 27 enz., dan heeft Paulus reden tot roemen, niet alleen voor het tegenwoordige, maar tegen den dag van Christus. Komt die dag en moet Paulus rekenschap geven van zijn werk onder de Filippiërs, dan kan hij roemen. De Heer zal hem oordeelen (1 Kor. 4: 5). Wat is het voorwerp van zijnen roem? Dat hij zijn doelwit bereikt, zielen voor den Heer gewonnen heeft. Paulus heeft niet tevergeefs geloopen en ook niet tevergeefs gearbeid. Hij vergelijkt hier evenals Gal 2: 2 zijn leven en werken met dat van eenen kampspeler in de arena. Met nadruk wordt sic xevov herhaald. Des apostels werk is niet op niets uitgeloopen. Integendeel, hij heeft vele vruchten verkregen. Bescheiden drukt Paulus zich uit. Zonder beeldspraak staat hier exoirtaaa van het met moeite arbeiden. Ik zie niet zooals Lightfoot in xomav eene voortzetting van de beeldspraak van den athleet, want dan zouden wij evenals Ignat. Polyc. 6 (oDyzoTrtate aXX'/jXcit;, auva&Xefre, auvipsyexe) de voorbereiding en de inspanning voor den wedloop vóór den eigenlijken wedloop verwacht hebben. — Vs. 17. De vraag is, welke tegenstelling in aXXa ei zat GTrevSojJiai uitgedrukt is. Zou het deze zijn, dat de apostel tevoren onderstelt. dat hij de parousie beleven zou en hij zeggen wilde: Maar indien dit niet geschiedt, zal ik mij verheugen (Lipsius, Hand.-Comm.)? Paulus evenwel had dan deze tegenstelling moeten uitdrukken, b. v. door vs. 17 te zeggen: indien ik ook vóór de parousie geplengd word. Wij zouden dan ook a~£voo[xat niet begrijpen. Wat deed, als de kwestie zoo was, de vorm van Paulus' dood ter zake, of hij eenen gewonen of eenen gewelddadigen dood sterven zou? Dat Paulus de parousie zou beleven, is eene

Sluiten