Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gerechtigheid betrof, die door de wet is (tïjv sv voptu), door de Mozaïsche wet tot stand komt, wat de uitwendige werken betrof, was bij onberispelijk en viel er niets op hem aan te merken. Klaarblijkelijk richt Paulus zich hier tot ééne partij, die der Judaïsten, niet tot drie (3: 2). Dat Paulus niet werkelijk roemt, maar zich slechts voor een oogenblik op het standpunt zijner tegenstanders stelt, blijkt vooral uit y.rx.-oc £r(X0; ëtwxcov rfi J sxxXTjotav. Vs. 7. AXXa, wat eene tegenstelling uitdrukt met het vertrouwen op het vleesch, kan hier niet ontbreken en is zeker in sommige getuigen bij vergissing uitgevallen. Al wat (aTtva 5 z'e vss. 4^—6) hij als verschillende soorten van winst (zcpOYj) beschouwde, heeft hij als verlies leeren kennen

en zoo denkt hij er thans nog over Om Christus' wil, om

zijne betrekking tot en zijn geloof in Hem, heeft hij met zijne vroegere beschouwing geheel gebroken. Niet alleen waren deze pracrogatieven hem thans adiaphora. Neen! zij waren thans schade, verlies (Cr^tct). — Men leze niet dmd ij.o! r,v xs'pör, (B), maar^ axtva r(v fxoi xspèrr In het eerste geval ligt de nadruk op '/.zoo r( 5 in het tweede op r(v en X3f>or(, de tegenstelling tusschen

verlies en winst, het verledene en het tegenwoordige. Vs. 8.

Wanneer Paulus over zijne bekeering schrijft, doet hij zulks met aandoening en ontroering, zooals ook uit den vorm daarvan hier blijkt. De apostel weet geen woorden genoeg te vinden, om uit te drukken, hoe hij met het oude standpunt gebroken heeft. 'AXXa heeft hier versterkende kracht = ja en jjievoüv dient eveneens ter versterking. [3, in het N. T. meestal met voorafgaande conjuncties verbonden, is een toevoegsel zonder beteekenis. Met deze partikels wil Paulus het vs. 7 gezegde nader toepassen en ontwikkelen. \oor ftstaat hier oOjzoct en voor tocOtoc ; i.ccjlo.. Alles, wat de <30(p; of de wereld hem zou kunnen aanbieden , wat hij daardoor zou kunnen verkrijgen, dus niet alleen zijne Israelietische praerogatieven, acht hij schade te zijn om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, zijnen Heer. Deze kennis overtreft alles in waarde. De kennis van Christus Jezus (plechtig uitgedrukt) is datgene, wat hij van Christus Jezus heeft leeren kennen, wat in Christus Jezus hem gegeven is. Het neutrum sing. van het adj. of Part. met eenen volgenden Gen. i. p. v. het abstracte subst. is aan Paulus eigenaardig. Vgl. Rom. 1: 19, 2: 4, 1 Kor. 1: 25, 2 Kor. 4: i7, 8: 8. Niet alleen houdt Paulus alles voor schade, maar om Christus' wille

Sluiten