Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft hij alles prijsgegeven I a "dvta neemt Ttavta

weder op. — Kal fjoupat oxu^aXa behoort niet meer tot den betrekkelijken zin, maar zet den hoofdzin voort. De wordt

hier axójtaXa, afval, drek. SxujtaXöv wordt door Suidas verklaard : ->j xot; xual SaXXojisvov xuat[3aXóv Tt ov, doch staat in verband met oxtöp, axa~o;, en is afval, drek. Wij hebben hier geen zinspeling op de honden van vs. 2, want dat zijn geen huishonden , die eten wat van de tafel valt, maar wilde honden. Paulus veracht wat de wereld geeft. Weerzin wekt het bij hem op. Alleen eene volledige breuk met de aap; en het vleeschelijke kan leiden tot de gemeenschap met Christus en zoo kan hij Christus winnen, bezitten. — Vs. 9. En in Hem gevonden worde, nl. bevonden worde in Hem te leven, niet bij de parousie, maar in 't algemeen (1 Kor. 4: 2). ie Christus als zijn deel heeft verkregen, leeft in gemeenschap met Hem, staat in eene mystieke betrekking tot Hem. — Mr, sywv sji^v Sixatoa. is niet een gevolg van het voorafgaande, maar valt daarmede samen. Mr, is de subjectieve ontkenning (in de oogen van Paulus). Daar ik niet heb, niet met mijne gerechtigheid. Het verschil tusschen Paulus en de Judaïsten liep hierover, hoe men voor God gerechtvaardigd kon worden. De apostel leerde, dat men door God rechtvaardig verklaard werd uit of op grond van het geloof in Christus. Zoo was dus de gerechtigheid eene genadegave Gods, die uit Hem voortvloeide. Vgl. Rom. 4: 16, Gal. 3: 18. De Judaïsten leerden . dat men de gerechtigheid zichzelven door het volbrengen van de werken der wet, dus uit of op grond van de wet, verwerven kon, en was dus de gerechtigheid eene, die men zichzelven verworven had (vgl. Rom. 10: 3). TV,v ex deoü ötxaioouvïjv i~\ TYj irfsxsi omschrijft nader ~V(v ota Trtatsu»; XpiaxoO. Het geloof komt hier niet als daad tegenover de werken der wet in aanmerking, maar naar zijn object. 'Etui tt} matst, op grond van het geloof, neemt ota weder op. Dat Christus als het object van het geloof

genoemd wordt, hangt met het voorgaande tva Xptaxbv xspö^ato xa't eOoitko sv a'Jtiö ten nauwste samen. Het als drek achten heeft allereerst ten doel den band met Christus en deze band leidt verder tot betere kennis van Christus. Heeft men Christus gewonnen, dan wordt men in Hem gevonden en weet men verder langs den weg der geestelijke ervaring (= >T), wat men aan Hem heeft. —

— T

Vs 10. Paulus moet dan Christus kennen, en dat wel de kracht

Sluiten